allesovereuro
Nieuws, analyses en ins & outs over de Europese munt, die tien jaar bestaat
Inhoudsopgave
Auteur
Voorwoord en introductie
Economische crisis en de euro
Voorwoord en introductie

 


1 VOORWOORD
 
De euro is het lelijke eendje onder de munten. Het geld ziet eruit als een zouteloos compromis. De op de biljetten afgebeelde fictieve bruggen symboliseren veel, maar betekenen niets. Het ontwerp is zo vlak, dat niemand uit zijn hoofd kan beschrijven hoe een eurobiljet er uit ziet, laat staan het na kan tekenen. Alleen de munten hebben in elk land iets eigens, maar dan wel aan slechts een kant. Het valutamandje waarmee de euro is samengesteld, bestaat uit de sterkste munten ter wereld, de Duitse mark en de Nederlandse gulden, maar ook de notoir zwakke, zoals de Griekse drachme en de Italiaanse lire. De euro is een ratatouille van ingrediënten die slecht bij elkaar passen. Een munt die het leven ook nog eens een stuk duurder heeft gemaakt nadat hij werd geïntroduceerd.
 
En toch is de euro als monetair experiment een doorslaand succes. Na een zwak begin, heeft de euro zich ontwikkeld tot de op een na belangrijkste munt ter wereld. Steeds vaker worden olie, koffie en industriële producten uit het Verre Oosten afgerekend in euro’s. Europeanen die in de eerste helft van 2008 naar New York reisden, hoefden hun geld niet om te wisselen in dollars. In veel winkels had men liever euro’s. En die bleken daar ook nog eens bijna twee keer zoveel waard te zijn als thuis. Ook al is er nog geen sprake van echte liefde tussen de Europeaan en zijn munt, op zulke momenten is er in elk geval sprake van enige affectie. Een sterke euro heeft zijn voordelen, zeker in een periode van hoogconjunctuur.
 
Toen Karel de Grote (742-814) het pond invoerde als maat voor gewichten en een munteenheid, kon er in Europa voor het eerst sinds de Romeinse tijd weer met gelijke munt worden betaald. Het systeem hield echter niet lang stand en de eenheidsmunt verdween toen het rijk na Karels dood uiteenviel. Het duurde meer dan duizend jaar voordat zijn Groot-Europese droom van een gemeenschappelijke munt zou uitkomen.
 
Dit boek van FEM-redacteur Edin Mujagic, zelf een hartstochtelijk aanhanger van een harde euro, maakt duidelijk hoe lang, moeizaam en soms pijnlijk de geboorte van de gemeenschappelijke Europese munt is geweest. Geboren in en gevlucht uit een land dat verscheurd werd door oorlog, is Mujagic zich als geen ander bewust van de relatie tussen vrede en economie. Daarin speelt een gezonde munteenheid een sleutelrol. Hoe sterk de euro zich in zijn jeugd ook mag hebben gemanifesteerd, de munt is met tien jaar nog jong en de eerste tekenen van een woelige puberteit zijn zichtbaar. De munt heeft alles in zich om groot en sterk te worden, maar is ook kwetsbaar, constateert Mujagic.
 
Zonder de euro zou de financiële crisis veel harder hebben toegeslagen dan zij in eerste instantie deed. Maar nu de problemen in de financiële wereld zijn ontaard in een diepe economische crisis, worden de uiteenlopende belangen van de landen die deel uitmaken van de Europese monetaire unie zichtbaar.
 
Sinds Karel de Grote ziet iedereen wel in dat een gemeenschappelijke munt op lange termijn het beste is voor de welvaart van Europa. Zonder euro is er geen echt vrij verkeer van kapitaal, goederen en mensen mogelijk. En dat gaat onvermijdelijk ten koste van onze welvaart. Maar hoe die euro eruit zou moeten zien, en wie er nu aan dit ‘experiment’ zouden moeten deelnemen, is een andere kwestie. Een die veel heikeler blijkt te zijn dan de meeste mensen zich realiseren. Wat zijn de gevolgen voor onze toekomst als het misgaat? En wat zijn de alternatieven voor de euro? Het wordt tijd dat daar een eerlijk, maar hard debat over wordt gevoerd.
 
Arne van der Wal
Hoofdredacteur FEM


2 INTRODUCTIE
 
Ouders die met hun kinderen een paar dagen naar Londen, Praag of Stockholm gaan, lopen de kans dat hun kroost hen, met een gezicht vol onbegrip, de vraag stelt waarom ze eerst het vertrouwde geld moeten inwisselen voor vreemde stukken papier. Vorig jaar in Barcelona en in Disneyland Parijs hoefde dat niet. Over een paar jaar zal mijn zoontje mij ongetwijfeld dezelfde vraag stellen wanneer we door de straten van Sarajevo slenteren.
 
Van het koude, donkere Helsinki in het noorden tot het altijd zonnige en warme Tenerife in het zuiden groeit er in Europa een generatie op die de gulden, de mark en de franc helemaal niets zegt. Dit boek beschrijft de eerste tien jaar van een van de meest gedurfde monetaire experimenten ooit: de introductie van een gemeenschappelijke munt in Europa. De wortels van de euro voeren decennia terug. Echt tastbaar is het voor ruim 300 miljoen Europeanen echter pas sinds 2002.
 
De overgang van 2001 naar 2002 vierde de toenmalige Nederlandse minister van Financiën Gerrit Zalm niet thuis, maar in Maastricht. Het was de bedoeling dat Zalm als eerste Nederlander het nieuwe geld uit een geldautomaat zou halen. Het lot besliste echter anders. Zalm stond vast in de feestende massa op de Markt in de Limburgse hoofdstad. Wie niet vastzaten en geld nodig hadden, waren meneer en mevrouw Even, die op dat moment toevallig langs een geldautomaat van SNS Bank liepen. Zo kon het gebeuren dat meneer Even en niet minister Zalm de eer had als eerste Nederlander euro’s uit de muur te halen. Munten hadden zowel meneer Even als Zalm en wat dat betreft alle andere Nederlanders al. U kunt zich vast nog wel de eurosetjes herinneren die iedereen van Den Haag kreeg. De euro is echter ouder. In 1999 al was de Europese munt een feit: alle aandelen- en obligatiekoersen luidden sindsdien in euro’s.
 
In zijn jonge leven, tien jaar is immers niets meer dan een oogwenk voor een munt, heeft de euro al heel wat meegemaakt. In die korte periode werd de munt zelfs bijna dubbel zo veel waard vergeleken met het dieptepunt. Op 27 oktober 2000 leverde 1 euro slechts 83 dollarcent op. In de lente van 2008, eind april, was diezelfde euro goed voor bijna 1,60 dollar. De crisis die in 1997 en 1998 de wereld in zijn greep hield, maakten de bankbiljetten met de fictieve bruggen erop niet mee, maar lang hoefde de nieuweling niet te wachten op zijn vuurdoop. Luttele maanden voordat hij de gulden, de Duitse mark en nog tien andere Europese valuta’s zou vervangen, gebeurde ‘11 september’. Wat volgde was een periode van grote spanning en economische tegenspoed in de wereld. Verschillende Europese economieën belandden in een recessie. In Nederland tuimelde de groei van bijna 4 procent in 2000 naar slechts 0,1 en 0,3 procent in 2002 en 2003. En sinds de zomer van 2007 woedt een financiële crisis die volgens sommige economen de ergste crisis is in 50 jaar tijd. In een interview met FEM eerder dit jaar omschreef Otmar Issing, voormalig hoofdeconoom en in die hoedanigheid de tweede man van de Europese Centrale Bank, de huidige crisis als “de ergste sinds 1929”. Voormalig voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Alan Greenspan zei in oktober 2008 dat de crisis die de wereld nu al langer dan een jaar meemaakt “waarschijnlijk iets is dat eens per 100 jaar voorkomt”.
 
Ondanks al die tegenslagen heeft de euro binnen een decennium heel wat bereikt. Hij breidde zijn domein uit van elf landen in 1999 tot zestien landen nu. De internationale valutamarkt zonder de euro is nauwelijks meer voorstelbaar. In een mum van tijd is de munt op de Amerikaanse dollar na de belangrijkste wereldmunt geworden. Maar betekent dat alles dat de euro genoeg is getest in de echte wereld? En dat zijn toekomst voortaan alleen maar rozengeur en maneschijn zal zijn? Hoewel lang voor een mens, stelt tien jaar weinig voor in het leven van een munt. Hoe zal het verder gaan? Zal de Europese munt de Amerikaanse dollar van de troon stoten en de wereldmunt worden? In wat voor staat zal de euro zijn twintigste verjaardag vieren? Zal die twintigste verjaardag er überhaupt komen, want hoe zeker is het dat de Europese Monetaire Unie levensvatbaar is op de lange termijn?