de toekomst van de euro
Hartslag: euro op de markt
Hartslag: euro op de markt



1 januari 1999:
De euro komt, giraal, in leven. 4 Januari is de eerste dag waarop op de beurs in euro gehandeld kan worden. De Australische beurs in Sydney heeft de primeur. De Europese munt begint haar leven op 1,1747 dollar per één euro. Vrij snel loopt de koers op naar 1,19, wat inhoudt dat de euro sterker wordt (er moeten meer dollars op tafel komen voor een euro).
 
26 januari 2000:
De wisselkoers van euro/dollar zakt voor het eerst onder de grens van 1,00.
 
September/oktober 2000:
De wisselkoers glijdt af naar 0,85 dollar voor één euro. De Europese Centrale Bank besluit in te grijpen. De bank verkoopt dollars en koopt euro’s om de koers zo aan te jagen. De Amerikaanse centrale bank, de Fed, en de centrale bank van Japan, doen ook mee.
Het effect is kortstondig. Zodra de centrale banken zich terugtrekken, zet de euro zijn daling voort en zakt op 25 oktober 2000 naar 0,8225 dollar. Tot nu toe is dat het dieptepunt voor de euro.
 
November 2000:
De centrale banken grijpen opnieuw in. De wisselkoers stijgt tot 0,86 dollar.
 
Januari 2001:
De Fed verlaagt de officiële rente om de Amerikaanse economie te stimuleren. Een lagere rente is over het algemeen ongunstig voor de valuta van dat land. Zo ook nu. De wisselkoers klimt op naar 0,95 dollar per euro.
 
Januari 2002:
Drie jaar na de girale invoering, introduceren de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van twaalf landen van de Europese Unie ook de munten en bankbiljetten.
 
15 juli 2002:
Een euro is weer meer dan een dollar waard.
 
7 maart 2003:
De euro weet van geen ophouden en ‘springt’ over 1,10 heen.
 
Mei 2003:
De wisselkoers is terug naar waar het allemaal is begonnen, op 1,1747 dollar per euro.
 
2 december 2003:
De euro is voor het eerst meer dan 1,20 dollar waard.
 
17 november 2004:
Ook de grens van 1,30 dollar per euro is beslecht.
 
December 2004:
De euro eindigt 2004 op 1,3667 dollar per euro, een record.
 
 
Begin 2005:
De euro houdt de record niet lang in stand. De Fed begint met renteverhogingen, terwijl de ECB de officiële rente onveranderd houdt. Dat geeft de dollar veel steun.
 
Mei 2005:
De Fransen zeggen ‘nee’ tegen de Europese grondwet. Er ontstaat debat over de vraag of de eurozone wel één geheel zal blijven. De euro zet een daling in.
 
December 2005:
De ECB begint met een cyclus van renteverhogingen. De euro klimt weer boven 1,20 dollar.
 
20 september 2007:
Wie zijn dollars in wil ruilen voor euro’s moet vandaag voor het eerst meer dan 1,40 dollar meebrengen voor één euro.
 
22 februari 2007:
De wisselkoers tussen euro/dollar bereikt opnieuw een mijlpaal: een euro kost voor het eerst meer dan 1,50 dollar. De opmars van de Europese munt gaat door en eindigt net onder 1,60 (op 1,5997), op 22 april 2007.
 
Wat volgt is een periode van relatieve stabiliteit van de wisselkoers. Vanaf zomer 2008 begint de dollar aan te trekken en is het afgelopen met massatoerisme uit Europa naar New York en andere Amerikaanse steden, die dankzij de dure euro aantrekkelijk goedkoop waren voor de Europeaan. Als gevolg van de financiële crisis halen veel Amerikaanse bedrijven hun geld uit het buitenland terug naar huis, wat tot meer aanbod van euro’s, ponden en yens leidt en een hogere vraag naar dollars. Ook vluchten veel beleggers in Amerikaanse activa, vooral staatsobligaties, omdat ze dat als de veiligste haven zien voor hun geld.
 
Op 8 augustus 2008 duikt de koers voor het eerst sinds begin 2007 onder 1,50 dollar per euro. Binnen een maand is ook 1,40 gebroken en op 22 oktober is de euro nog maar 1,2855 dollar waard, de laagste waarde sinds begin 2007.
 
In december vorig jaar trekt de euro weer wat aan en klimt op een gegeven moment zelfs weer boven 1,45, om vervolgens toch terrein in te leveren.
 
Hoeveel een euro nu kost en wat 2009 in petto heeft voor de wisselkoers van euro/dollar, kunt u hier volgen.