allesovereuro
Nieuws, analyses en ins & outs over de Europese munt, die tien jaar bestaat
Nieuws over de eurozone

    Vanaf januari 2009 zult u hier de laatste ontwikkelingen rondom de euro en de eurozone aantreffen.




    Op zoek naar de evaluatie van het rapport van Stichting Wisselverlies over de kosten van de invoering van de euro? Scroll naar beneden 



    Speel mee!

    De Europese Centrale Bank moet volgens haar statuten ervoor zorgen dat de jaarlijkse inflatie in de eurozone onder maar dicht bij 2 procent ligt. Daarvoor gebruikt de centrale bank haar officiële rente. Simpel gesteld: een renteverhoging drukt de inflatie na een jaar (of iets langer) omlaag en een renteverlaging heeft het tegenovergestelde effect. Maar hoe moeilijk of makkelijk is het om de inflatie, zeker als het zo lang duurt voordat een rentewijziging effect sorteert, onder controle te houden?
     
    Dankzij de Finse centrale bank kunt u dat nu zelf proberen. Op de site van de centrale bank is een heus monetair beleid spel te vinden. Succes!


    Wat is de euro op dit moment waard? Klik hier en u weet het!


    De Denen en de euro

    “De crisis heeft ons laten zien dat het een groot voordeel is als je als land tijdens de crisis lid bent van de eurozone. Dat biedt bescherming en toegang tot alle faciliteiten van het eurosysteem.” Dat zei Nils Bernstein, gouverneur van de Deense centrale bank onlangs in een interview.

    De economische pijn die de crisis heeft veroorzaakt in Denemarken was minder hevig geweest als Denemarken een euroland was geweest. Toen de crisis uitbrak eind vorig jaar verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) de rente snel. De Deense centrale bank moest haar officiële rente juist verhogen. De reden: sinds 1999 is de Deense krona vastgekoppeld aan de euro. Die wisselkoersstabiliteit is van cruciaal belang voor de Deense economie, omdat de Deense bedrijven veel handel drijven met de eurozone. Door de crisis dreigde de krona minder waard te worden. Om de koers ten opzichte van de euro stabiel te houden, moest de centrale bank de rente verhogen. Dat maakte de krona aantrekkelijker voor beleggers.

    Die periode, waarin de centrale bank de rente aan het verhogen was, sloeg de stemming van de Denen over de euro om. Voor het eerst was er een duidelijke meerderheid in de peilingen te zien voor de invoering van de euro. De Denen hebben tot twee keer toe, in 1992 en 2000, in referenda ‘nee’ gezegd tegen de euro.

    De liefde voor de euro bleek echter kortstondig te zijn. Inmiddels is de pro-euro groep alweer in de minderheid. Uit een enquête van Danske Bank bleek onlangs dat 48,9 procent graag de euro zou willen invoeren.

    De Deense regering heeft belooft uiterlijk in 2011 een nieuw referendum te houden, maar het ziet ernaar uit dat de regering die belofte zal breken omdat de Denen waarschijnlijk voor de derde keer ‘nee’ zouden zeggen.

    Verschillende Deense economen stellen dat in dat geval de invoering van de euro in Denemarken voor minstens 15 jaar in de ijskast zou moeten.

    Berstein verwacht ook geen referendum. “Mijn gevoel is dat er geen referendum zal komen zolang het niet zeker is dat de Denen ‘ja’ zouden zeggen.” De steun voor de euro kan nog verder afkalven, nu de Deense centrale bank de rente verder verlaagt.



    Sloveense rating in gevaar

    Slovenië, het eerste EU-land dat de euro heeft ingevoerd na 2002, kan zomaar in de komende maanden een gele kaart krijgen van kredietbeoordelaar Fitch Ratings. De Sloveense kredietscore is nu AA, de hoogste score van de Oost-Europese EU-lidstaten.

    De AA-rating komt in gevaar door de grote economische problemen. De economie kromp in het tweede kwartaal met 9,3 procent. Dit jaar zal de krimp uitkomen op 7,3 procent, verwacht de Sloveense regering.

    Slovenië is voor zijn economische groei afhankelijk van de export en ontwikkelingen in de eurozone. Het kleine Alpenland heeft het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking van de Oost-Europese EU-lidstaten (18.367 euro per jaar). In het laatste decennium groeide de economie jaarlijks gemiddeld met 4,4 procent.

    Volgens Fitch ratings zou het economisch stuk slechter gaan als Slovenië geen lid was geweest van de eurozone.

    Als Slovenië een gele kaart krijgt, zal het niet het eerste euroland zijn dat geel krijgt in de crisis. Griekenland, Spanje en Ierland zijn Slovenië voorgegaan.



    Optimismus aus Deutschland

    De Duitse economie zal dit jaar krimpen, daar is geen ontkomen aan. Maar de krimp komt wel iets lager uit dan eerder verwacht, stekt de Duitse regering. De krimp zal geen 6 procent van het bruto binnenlands product bedragen, naar zal uitkomen tussen 4 en 5 procent.

    De economie van de eurozone bleek tegelijkertijd iets meer gekrompen te zijn in het tweede kwartaal dan eerst werd gedacht. Vergeleken met het eerste kwartaal van dit jaar kwam de krimp uit op 0,2 procent. Eerder werd 0,1 procent gemeld. Vergeleken met een jaar eerder kromp de economie met 4,8 procent. Zowel de consumentenbestedingen als investeringen en export presteerden zwakker dan eerder gemeld.

    Begin oktober voorspelde het International Monetair Fonds dat het economisch herstel in de eurozone ‘langzaam en kwetsbaar’ zal zijn.

    De Europese Centrale Bank heeft besloten de officiële rente ongewijzigd te laten op 1 procent.



    Er is hoop in Estland

    Toch iets goeds aan de recessie. De Estse centrale bank verwacht dat door de diepe recessie – de economie van het Baltische landje krimpt dit jaar met circa 20 procent – ook de inflatie behoorlijk zal dalen en dat Estland daardoor aan het inflatie-criterium (maximaal 1,5 hoger dan het gemiddelde van de drie EU-landen met de laagste inflatie) zal slagen.

    Niet dat Estland daarmee alvast zijn eigen euromunten kan gaan slaan. Onder meer moet het begrotingstekort lager zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product. Dat kan nog even duren in Estland. Estland wil in 2011 overgaan op de euro.

    In Letland doet de regering ook verwoede pogingen het begrotingstekort onder die grens te krijgen om ook zo snel mogelijk een euroland te worden. De overheid sluit zelfs ziekenhuizen, scholen en verlaagt de lonen van ambtenaren om het tekort terug te dringen.

    De gouverneur van de Slowaakse centrale bank Ivan Sramko – Slowakije is sinds begin 2008 een euroland – zei onlangs in een interview dat de kans dat de Oost-Europese EU-lidstaten aan alle criteria zullen voldoen om de euro in te voeren afgenomen is. Volgens hem zal de economische crisis het proces van de uitbreiding van de eurozone vertragen.






    Het Spaanse gevaar voor de euro(zone)
    Eerder deze week heeft kredietbeoordelaar Moody’s zijn jaarlijkse rapport gepubliceerd over Ierland. Daarin stelt Moody’s dat voor de crisis ‘de bankensector en de huizenmarkt de motoren zijn geweest voor economische groei, aangedreven door een lage rente en lage risicopremies’.

    Wat voor Ierland geldt, geldt ook voor Spanje. Met een belangrijk verschil: Ierland is een kleintje in de eurozone. Hoe erg de economische situatie daar ook is, van veel invloed op de rest van de eurozone, of de euro, zal dat niet zijn. Dat geldt nadrukkelijk niet voor Spanje.

    Dat is de vierde grootste economie van de eurozone. Als Spanje diep in problemen komt, zal dat wel degelijk van invloed zijn op de eurozone. En het gaat slecht met Spanje. Net als in de rest van de eurozone krimpt de economie op het Iberische schiereiland. De werkloosheid zal echter naar verwachting oplopen naar ruim 20 procent. Een nogal groot verschil met een eurozonebroer zoals Nederland, met een voorspelde werkloosheid van 8 procent volgend jaar.

    Waar kan het gevaar vandaan komen? Enkele mogelijke kanalen zijn:

    Spanje heeft twee bestuursleden bij de Europese Centrale Bank (ECB). Zullen die zich sterk maken voor langdurig lage rente in de eurozone, ook als dat veel andere landen niet goed uit zou komen, omdat in hun thuisland misère heerst? Als ze daarin slagen, kan dat tot een volgende bubbel of inflatie leiden. Als ze er niet in slagen, zal er ook schade zijn, namelijk opnieuw ruzie binnen de ECB. Dat kan niet goed zijn voor het imago van, en de koers van, de euro.
    Beleggers op de financiële markten kunnen zich afvragen of Spanje wel zijn rente en aflossingsverplichtingen kan nakomen. Dat zou de langetermijnrente in Spanje omhoog stuwen, waardoor dat land nog dieper in problemen komt. De kans op onrust binnen de ECB (zie boven) neemt dan toe.
    Beleggers kunnen ook gaan denken: als Spanje in problemen kan komen, dan kan Italië dat ook overkomen. Italië, dat niet bepaald de meest florerende of efficiënte economie van de eurozone heeft, is de derde grootste economie van de muntunie. Ook de Italiaanse rent kan oplopen en de situatie verergeren (idem voor Griekenland en Portugal).
    Twee van de vier grootste economieën van de eurozone in diepe problemen is geen goed nieuws voor de rest van de eurozone, dat het voor de groei vooral van de export moet hebben.
    Net als Spanje heeft ook Italië twee bestuursleden binnen de ECB. Samen is dat vier, een behoorlijke machtsblok, zeker aangevuld met de Grieken (ook twee) en de centrale bankiers uit Portugal en Cyprus bijvoorbeeld.

    Dat zal een harde garantie zijn voor instabiliteit van de euro en vragen over zijn levensvatbaarheid op de langere termijn.


    Tsjechië nog lang euro-loos
    Verwachten dat de Tsjechische republiek in 2014 of 2015 de euro zal invoeren is niet realistisch.
     
    Dat vindt de minister van Financiën van Tsjechië Eduard Janota.
     
    Tsjechië is het enige Oost-Europese EU-land dat tot op heden geen streefjaar heeft vastgesteld voor de invoering van de euro (wat overigens verplicht is voor alle EU-landen behalve Denemarken en Groot-Brittannië).
     
    De gouverneur van de centrale bank van het land, Zdenek Tuma, heeft al eerder, in mei, gezegd dat de invoering van de euro geen magische oplossing is voor de problemen die de Tsjechische economie kent. Structurele problemen zullen met de komst van de euro niet ineens verdwijnen.



    Prijzen dalen in Europa
    In alle 16 landen van de eurozone zijn de prijzen in juli gedaald ten opzichte van juni. Deflatie in aantocht?

    Van de 16 landen van de eurozone had maar liefst 12 in juli dit jaar te maken met dalende prijzen. Dan hebben we het over vergelijkingen met juli vorig jaar. Als we de prijzen in juli 2009 leggen naast die van een maand eerder, dan heeft zelfs elk eurozone-land te maken met dalende prijzen.

    Centrale bankiers en economen houden dan al snel hun hart vast. Natuurlijk, dat veel goederen en diensten goedkoper worden, is een zegen voor de consument. Maar als de prijzen maand in maand uit dalen, is er sprake van deflatie. En dat is het schrikbeeld van elke centrale bankier.

    Bij aanhoudende prijsdalingen verwacht de consument al snel dat de prijzen alleen maar zullen dalen. Hij zal dan zijn grote aankopen uitstellen: immers, die nieuwe sofa is over een maand enkele tientjes goedkoper, dus ik wacht wel even, denk hij dan. Hetzelfde geldt voor het bijpassende tapijt.

    Voor individuele gevallen de juiste strategie, maar macro-economisch een ramp: bestedingen vallen sterk terug, bedrijven sluiten hun deuren, waardoor de werkloosheid oploopt en de consumptie nog een dreun krijgt. Uit dat vicieuze cirkel is heel moeilijk uitkomen. Japan heeft er 15 jaar over gedaan en nog steeds is het gevaar niet geweken in het land van de rijzende zon.

    Zal het anno 2009 zo’n vaart lopen? Dat lijkt onwaarschijnlijk. De index die de inflatie meet, daalt vooral omdat de energie goedkoper is geworden. Voorlopig geldt daarom dat elke maand van dalende prijzen een reden is om te juichen en niet om in paniek te raken. Dat de Europese Centrale Bank (ECB) rustig blijft, is heel goed.



    Oost-Europa en de euro: zo dichtbij en toch zo ver weg
    Op het Londense kantoor van de Amerikaanse bank Morgan Stanley is begin augustus een interessant artikel geschreven over de vooruitzichten wat betreft de invoering van de euro in de Oost- en Centraal-Europese lidstaten van de Europese Unie.

    Hoewel de bereidheid de euro in te voeren door de financiële crisis waarschijnlijk gestegen is, is het vermogen van die landen die stap te zetten behoorlijk verzwakt. Door de crisis zijn de begrotingstekorten fors gestegen en springen de lichten wat het inflatie-criterium betreft steeds vaker op rood.

    Het inflatie-criterium stelt dat elk EU-land dat de euro wil invoeren, maximaal 1,5 procent hogere inflatie mag hebben dan het gemiddelde van de drie landen met de laagste inflatie in de Europese Unie (vreemd genoeg niet van de drie beste landen van de eurozone!). Volgens Morgan Stanley zouden de inflatiepercentages in Oost-en Centraal-Europa erg snel moeten dalen, naar tussen 1 en 1,5 procent. Een zeer lastige, zo niet onmogelijke opgave voor een economie in transitie.

    De begrotingstekorten bedragen in de regio inmiddels door de crisis vaak 6 procent van het bruto binnenlands product of zelfs meer, wat een forse overschrijding is van het criterium van maximaal 3 procent van het bbp.

    Zoals we regelmatig bericht hebben op deze site, heeft een aantal landen aangekondigd de euro later dan eerder gepland in te voeren.

    Morgan Stanley meent dat 2014 het vroegste jaar is dat Polen in staat zal zijn de euro in te voeren. Tsjechië maakt nog geen aanstalten die stap te zetten. Bulgarije wil in 2013 klaar zijn en Roemenië in 2014, maar dat is veel te optimistisch vindt Morgan Stanley. Die landen, samen met Hongarije zullen pas in de tweede helft van het volgend decennium klaar zijn voor de omschakeling.
    Het eerstvolgende euro-lid zal naar alle waarschijnlijkheid Estland zijn, in 2011 of 2012.



    Het ergste moet nog komen
    Dat vreest een meerderheid van de Europeanen. Een derde van de ondervraagden gaf onlangs aan ‘zeer bezorgd’ te zijn over zijn baan door de crisis. De enquête is uitgevoerd door de Europese Commissie onder ruim 30.000 Europeanen.
     
    Circa 60 procent meent dat het ergste van de economische crisis nog moet komen, na de zomer.
     
     

    Italië komt er maar niet uit
    De Italiaanse economie is in het tweede kwartaal van dit jaar met 0,5 procent gekrompen. Dat is het vijfde opeenvolgende kwartaal dat een van de grootste economieën van de eurozone krimpt.
     
    Dit jaar zal de krimp uitkomen op 5,1 procent, verwacht het Internationaal Monetair Fonds. Volgend jaar zal de economie een pas op de plaats maken; het IMF verwacht geen economische groei in 2010.
     

     
    Werkloosheid frustreert herstel
    De snel oplopende werkloosheid kan het economisch herstel in de eurozone frustreren, zei Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank onlangs.
     
    In juni klom de werkloosheid in de eurozone op naar 9,4 procent, meldde onlangs Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek. Dat percentage zal verder oplopen omdat de economie zal krimpen. De ECB voorspelt voor dit jaar een krimp van 4,6 procent. Ook volgend jaar zal er sprake zijn van een krimp, zij het een veel kleinere, ‘slechts’ 0,3 procent.
     
     

     
    Polen stelt euro-invoering uit
    2012, tot nu toe het officiële streefjaar van de Poolse regering om de euro in te voeren is uit de boeken. 2015 lijkt realistischer.
     
    Hoewel Polen het enige Oost-Europese EU-land is dat een recessie heeft weten te ontwijken, is het begrotingstekort zodanig opgelopen dat euro-invoering de komende jaren niet haalbaar zal zijn.
     
    Het tekort zal dit jaar uitkomen op 6,6 procent van het bruto binnenlands product. Pas in 2011 of in 2012 zal het tekort onder de Europees voorgeschreven grens van 3 procent van het bbp terugkeren.
     

     
    Tsjechië vindt het voorlopig prima zonder de euro
    Er is geen enkele reden snel te willen toetreden tot de eurozone, zei Mojmir Hampl, vice-gouverneur van de Tsjechische centrale bank onlangs. De reden: de Tsjechische centrale bank voert een goed en geloofwaardig beleid.
     
    Tsjechië is het enige Oost-Europese EU-land dat nog geen streefjaar heeft genoemd voor de invoering van de euro, hoewel het land aan bijna alle voorwaarden voldoet (alleen het begrotingstekort is te hoog, volgens de Europese maatstaven).
     
     

     
    Bulgarije klopt aan de deur
    Terwijl Polen (zie boven) veel later dan gepland de euro zal invoeren, zet Bulgarije de eerste stap in die richting. De regering in Sofia wil in november dit jaar toetreden tot het Europese Wisselkoersmechanisme, een soort wachtkamer om de euro te mogen invoeren.
     
    Elk EU-land moet twee jaar lang in die wachtkamer doorbrengen. In die periode mag de koers van de nationale munt maximaal 15 procent naar boven en beneden afwijken van een vastgestelde spilkoers tegenover de euro. Zo toont het land aan dat het zal kunnen leven binnen het keurslijf van de euro.
     
    De Bulgaarse lev is al jaren stevig vastgekoppeld aan de euro (1,95 lev voor één euro). De centrale bank heeft aangegeven die koers vast te willen houden, hoewel afwijken, zoals al gezegd, toegestaan is.
     

     
    Ondertussen in Roemenië
    Het hoge begrotingstekort van de regering in Boekarest zorgt voor vertraging onder weg naar de invoering van de euro. Dat zei Valentin Lazea, hoofdeconoom van de Roemeense centrale bank.
     
    De Roemeense regering heeft een tekort van minder dan 3 procent van het bruto binnenlands product in 2011 nodig om de euro in 2015 te mogen invoeren. Dat lijkt, door de economische crisis, onhaalbaar te zijn geworden.
     

     
    Deflatie?
    Duitsland heeft te maken met prijsdalingen. In juli is de index die de prijzen meet voor het eerst in 22 jaar gedaald (op jaarbasis). De daling bedroeg 0,6 procent.
     
    In België daalden de prijzen ook, met 1,7 procent. Dat was de grootste prijsdaling in ruim vijftig jaar.
     
    In Nederland zijn de prijzen met 0,1 procent gedaald, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs.
     


    Erg, erger, Letland
    Ongelooflijk maar waar: de Letse economie is in het tweede kwartaal van dit jaar met 22,4 procent gekrompen. In het eerste kwartaal bedroeg de krimp 13,3 procent. Daarmee is het Baltische landje veruit de hardst geraakte EU-staat in deze crisis.
     
    Met zulke cijfers is veel verkregen welvaart sinds de toetreding tot de Europese Unie in mei 2004 in slechts enkele maanden verdampt.



    Evaluatie rapport Stichting Wisselverlies over de economische schade van de invoering van de euro in Nederland

    Ik heb met veel aandacht en interesse het rapport ‘De wisselverlieszaak: Analyse en schadeberekening’ van de Stichting Wisselverlies gelezen.

    Ik deel uw mening volledig dat de invoering van de euro in Nederland het onderwerp moet zijn van een maatschappelijk, wetenschappelijk en politiek debat. Dat debat is te weinig gevoerd aan de vooravond van de invoering van de euro, wat ten zeerste te betreuren is. Daarom sluit ik me aan bij uw uitnodiging richting economisch en politiek Nederland om kennis te nemen van uw rapport.

    Ik waardeer uw poging de omvang van de economische gevolgen van de invoering van de euro en de afschaffing van de gulden in kaart te brengen.

    Dit soort analyses zijn bijzonder lastig te maken, omdat niet bekend is hoe de economische wereld eruit had gezien bij een andere wisselkoersverhouding tussen de gulden en de euro.

    Omdat dat onbekend is, is het niet aan te reden gebruik te maken van aannames die te conservatief zijn noch te positief, om zo de kans op over- dan wel onderschatting van de gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te verkleinen.

    Mijn indruk na de bestudering van uw rapport is dat u uit bent gegaan van het meest positieve scenario over hoe de economie in Nederland zich ontwikkeld zou hebben bij een andere omrekenkoers voor de gulden. Zo stelt u bijvoorbeeld op pagina 35 dat ‘indien de NLG in 1998 gerevalueerd geworden zou zijn geweest, we in Nederland de hiervoor genoemde t.o.v. de eurozone sterk afwijkende economische bewegingen dus niet hebben gekend. De oververhitting van de Nederlandse economie en de economische kater daarna zouden dan dus niet zijn opgetreden.’ Dat zijn conclusies die niet zo stelling getrokken kunnen worden.

    In uw conclusie, op pagina 44, stelt u dat ‘er geen twijfel meer mogelijk is over de vraag of het wisselverlies aangetoond kan worden.’ Gegeven het feit dat u gewerkt hebt met het meest optimistische scenario voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie als de gulden gerevalueerd was geweest, ben ik van mening dat niet gesproken kan worden over hard bewijs voor uw stelling dat de totale schade voor de Nederlandse economie per 1 januari 2009 circa 441,5 miljard euro bedraagt en jaarlijks, structureel, 10,2 procent van het bruto binnenlands product.

    Als dat laatste waar zou zijn, zou dat betekenen dat bij de cijfers over economische groei voor de Nederlandse economie steeds 8,1 procent van het bbp erbij opgeteld zou moeten worden om te zien hoe de economische situatie nu zou zijn, als de gulden gerevalueerd was geweest. Dat zou betekenen dat de economische groei in Nederland in het eerste kwartaal van dit jaar met 5,7 procent (schatting Centraal Bureau voor de Statistiek is –4,5, daarbij heb ik uw schatting van de structurele schade van 10,2 procent van het bbp opgeteld) gegroeid zou zijn, te midden van de ergste economische crisis sinds 1930, waarin de wereldeconomie in een diepe recessie zit. Aangezien Nederland een zeer open economie is, is het uitgesloten dat Nederland gegroeid, laat staan zo sterk, zou zijn in de crisis.

    Mijn tweede opmerking betreft het volgende. Meermaals, zoals op pagina 9, noemt u de positieve gevolgen die zich gemanifesteerd zouden hebben als de gulden gerevalueerd was geweest voor de koopkracht van de Nederlandse burgers en bedrijven. U gaat daarbij mijns inziens volledig of voor een groot deel voorbij aan de negatieve gevolgen. Zoals ik al gememoreerd heb, is Nederland een zeer open economie. Een revaluatie van de gulden, zeker ten opzichte van de D-mark, zou voor veel Nederlandse bedrijven een behoorlijke aderlating zijn geweest. Het waarschijnlijke gevolg was een zware klap voor economische groei en oplopende werkloosheid zijn geweest, wat op zijn beurt een behoorlijk negatief effect zou hebben gehad op de koopkracht in Nederland.

    U erkent wel dat het aantal werklozen hoger zou zijn geweest bij een revaluatie van de gulden. Maar u beweert vervolgens, zoals bijvoorbeeld op pagina 25, dat de extra werklozen ‘gemakkelijk zouden kunnen hebben overstappen naar de vele openstaande vacatures in de Nederlandse binnenlandse economie’.

    U impliceert daarmee dat elke vacature in Nederland makkelijk vervulbaar is, gelet op het aantal werklozen. Daarmee gaat u geheel voorbij aan de praktijk in Nederland, dat de match tussen werklozen en openstaande vacatures erg slecht is. Ervaringen uit het verleden bieden veel eerder aanleiding te concluderen dat de werkloosheid in Nederland door een revaluatie van de gulden blijvend verhoogd zou zijn geworden.


    In uw rapport haalt u meermaals twee rapporten, van ABN Amro en MeesPierson, over de wisselkoers van de gulden ten opzichte van de D-mark. Daarbij presenteert u de uitkomsten als zekerheden. Echter, zoals elke econoom zal beamen, voorspellingen over de wisselkoersen zijn de moeilijkste voorspellingen die een econoom moet maken, omdat ze omgeven zijn door buitengewoon veel onzekerheid. Berekeningen die nagaan wat de onder- dan wel overwaardering van een munt ten opzichte van een andere munt is, impliceren dat bekend is wat de juiste waardering is. Dat is echter nooit het geval, waardoor elke berekening, zoals die waarop u uw rapport baseert, hooguit bijzonder onnauwkeurige schattingen zijn. Elke conclusie op basis van die berekeningen, is dus per definitie ook bijzonder onnauwkeurig en is het onmogelijk zulke stellige conclusies te trekken zoals in uw rapport.

    In de vrije markt economieën die kenmerkend zijn voor Europa, is de prijs van een goed of dienst op de markt per definitie de juiste prijs. Uw rapport stoelt echter op een fictieve koers van 1,95 gulden voor 1 euro, als zijnde de juiste omrekenkoers.

    Op pagina 14 stelt u dat de euro-omwisselkoersen door de Raad van de Europese Unie, op voorstel van de Europese Commissie, zijn vastgesteld. Daarmee schetst u het beeld dat een selecte groep ambtenaren vastgesteld zou hebben wat de ‘juiste’  omrekenkoersen zijn. Volledigheidshalve had u moeten vermelden dat de vastgestelde koersen niets anders zijn dan de koersen op de valutamarkt op dat moment en dus de enige juiste koersen, bij gebrek aan een beter woord, die er zijn.

    Op pagina 14 schrijft u dat het ‘dus de Europese Unie en de Europese Centrale Bank zijn uiteindelijk volledig verantwoordelijk zijn voor de aan de Nederlanders toegebrachte welvaartschade en dus daarvoor ook juridisch aansprakelijk.’ Mijns inziens is door middel van uw rapport niet aangetoond dat er iemand verantwoordelijk is voor de vermeende schade aan de Nederlanders, omdat het bewijs voor het bestaan en de omvang van de schade niet geleverd is. Als, en ik onderstreep het woord al, al gesproken zou kunnen worden in termen van verantwoordelijkheid voor de ‘onjuiste’  wisselkoers van de gulden ten opzichte van de D-mark en de euro, dan zou Den Haag veel meer voor de hand liggen, gezien het beleid van de Nederlandse overheid inzake wisselkoers van de gulden ten opzichte van de D-mark sinds begin jaren tachtig. Daarbij moet ik opmerken dat dat beleid Nederland overigens veel meer opgeleverd heeft dat dat het heeft gekost.

    Zoals ik aan het begin van mijn reactie al heb gesteld, juich ik uw poging de economische gevolgen van de invoering van de euro op de Nederlandse economie in kaart te brengen, toe. Ik roep u dan ook op, in samenwerking met de Nederlandse universiteiten, daaraan verder te werken, gebruik makend van de kennis en expertise van de Nederlandse economen en uitgaand van meer realistische aannames over de economische ontwikkeling in Nederland in het geval dat de gulden gedevalueerd was geweest.

    Uiteindelijk is iedereen, economen, politici, beleidsmakers en burgers, gebaat bij een open debat over de invoering van de euro in Nederland.

    Edin Mujagic
    monetair econoom



    Italië probeert een heilige Europese regel te omzeilen
    De regering in Rome probeert geld af te troggelen van zijn centrale bank. Via een sluiproute, omdat de Europese Verdragen geld aftroggelen ten strengste verbieden.

    Een wolf verliest wel zijn haar maar niet zijn streken. Zo ook de Italiaanse politici. De regering in Rome is van plan belasting te heffen over de waarde van het goud in bezit van Italiaanse instellingen.

    Dat klinkt lekker neutraal, maar is het niet. Veruit de grootste goudbezitter in Italië is de centrale bank. De wet is dan ook niets anders dan de poging geld af te troggelen van de centrale bank.

    Euro
    Een van de heilige regels in de eurozone luidt echter: monetaire financiering mag niet, wat hetzelfde is als stellen dat politici met hun handel af moeten blijven van hun centrale bank.

    Geen wonder dat bij de voorbereidingen voor de oprichting van de Europese Centrale Bank (ECB) en de invoering van de euro de onafhankelijke positie van de centrale banken stevig is verankerd in Europese Verdragen, vooral op aandringen van Nederland en Duitsland. Dat was nodig om ervoor te zorgen dat de euro een harde en stabiele munt zou worden.

    De Italiaanse regering heeft de afspraken ondertekend, maar probeert via een indirecte route hetzelfde doel te bereiken: de kluizen van de centrale bank.

    Centrale bank
    Bij de ECB hebben ze het Italiaanse initiatief erkend voor wat het echt is. Het wetsvoorstel ‘baart zorgen met betrekking tot het verbod op monetaire financiering in de eurozone en de onafhankelijkheid van de Italiaanse centrale bank, aldus de ECB.

    Volgens de ECB moet de wet dan ook ‘heroverwogen’  worden. Het Italiaanse ministerie van Financiën noemde de mening van de ECB ‘een onderdeel van aanhoudende informatie-uitwisseling’ en de mening van de ECB ‘met grote mate van tevredenheid te hebben vernomen’. Een eufemisme voor: hier zijn we niet blij mee en we blijven zoeken naar een sluiproute. Op dat gebied is Italië wel innovatief.

    Medio jaren negentig haalde Italië allerlei boekhoudtrucks uit de kast om het begrotingstekort voldoende omlaag te drukken om de euro te mogen invoeren. Met dubieuze en eenmalige ingrepen kon Rome slagen voor dat criterium.



    Euro wint terrein als internationale munt
    Dat is de conclusie na het lezen van een rapport van de Europese Centrale Bank daarover.

    Uit het jaarlijkse onderzoek van de Europese Centrale Bank (ECB) naar de internationale rol van de euro, blijkt onder meer dat de crisis niet heeft geleid tot grote verschuivingen op het valutagebied, concludeert de centrale bank.

    Het is inderdaad zo dat de wereld de dollar niet de rug heeft toegekeerd. Maar de ECB is te bescheiden met haar conclusie. De euro is wel degelijk belangrijker geworden. Niet veel belangrijker, maar toch.

    Euro
    Het aandeel van de euro op de internationale obligatiemarkt is tussen eind 2007 en eind 2008 met 1 procentpunt gestegen. Het aandeel in grensoverschrijdende deposito- en kredietenmarkt is gestegen met circa 2 procentpunten.

    Op de valutamarkt was de euro in 41,2 procent van de gevallen een van de transactievaluta’s. Eind 2007 was dat nog 37,8 procent.

    Valutareserves
    De belangrijkste maatstaf is echter het aandeel van een valuta in de valutareserves van landen zoals China. Daar wist de euro zijn deel te vergroten van 25,3 procent naar 26,5 procent, blijkt uit de cijfers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

    Een kanttekening: China, met circa 2.000 miljard dollar veruit de grootste bezitter van valutareserves, maakt zoals altijd niet bekend hoeveel daarvan in dollars en hoeveel in euro’s luidt.

    De uitkomsten hebben betrekking op 2008. De irritatie over de rol van de dollar en de opstelling van de Amerikaanse overheid in deze crisis is sinds het begin van 2009 behoorlijk toegenomen. De kans is groot dat wanneer de ECB volgend jaar met haar onderzoek komt, de euro wel wat meer terrein zal hebben gewonnen.




    Eigen munt in Gelderland

    ‘Dat is dan 16 gelre’, zegt de caissière bij de locale supermarkt in Arnhem. In een groeiend aantal bedrijven in en rond Arnhem is dit de gewoonste zaak van de wereld. Sinds 2,5 jaar is de gelre een begrip in de regio.

    De gelre is de eerste Nederlandse regionale munt. Over de grens is het fenomeen veel bekender, met 29 regio’s in Duitsland die een eigen munt hebben ingevoerd sinds 2002. In nog eens 40 regio’s wordt hard gewerkt aan de introductie van regio-geld.
    Euro

    Anthony Migchels, initiatiefnemer voor de gelre, vindt de regionale valuta "een belangrijk alternatief voor de euro." Het aantal van ruim 90 bedrijven die de gelre nu verwelkomt moet volgens hem eind dit jaar uitgroeien naar enkele honderden.

    Hij zal in september ook met een giraal systeem voor de gelre komen, kondigt hij aan. Daar is hij in 2007 al mee begonnen, maar toen kreeg hij al snel een delegatie van De Nederlandsche Bank op bezoek. "Die begon moeilijk te doen, op basis van de Bankwet. Ik kreeg geen ontheffing en moest stoppen met het girale systeem. Maar nu heb ik een systeem dat wettelijk wel mag."

    De initiatiefnemers hebben het regionale geld vooral ingevoerd om de regionale economieën te stimuleren. De bedoeling is om geld dat mensen uitgeven zovel mogelijk in eigen regio te houden.

    Groei

    Onderzoeken in Duitsland laten zien dat bedrijven die zich aansluiten bij de initiatieven tot wel 25 procent meer klanten aantrekken.

    Het eerste regionale geld werd in september 2002 geïntroduceerd, in de Duitse stad Bremen, onder de naam de Roland. Kort daarna volgden andere regionale initiatieven. De chiemgauer, in de omgeving van de Duitse stad Munchen, is het meest succesvol. Ruim 600 bedrijven nemen de Chiemgauer aan. De omzet bedraagt bijna 2 miljoen euro per jaar.

    De chiemgauer, begonnen als een schoolproject van de lokale leraar Christian Gelleri, is zo’n succes geworden dat Gelleri zijn baan opgezegd heeft om zich uitsluitend op het regio-geld te richten.



    Laksheid jaren negentig wreekt zich nu voor de euro
     
    Deze week waarschuwde Wouter Bos dat het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) groot gevaar loopt. Het SGP is de Europese afspraak over fiscale discipline, om de euro een harde en stabiele munt te maken. Het is niet voor het eerst dat Bos zijn zorgen uitspreekt. In november vorig jaar, ook net terug van een vergadering van de ministers van Financiën van de eurozone vroeg hij zich af ‘of we aan het einde van deze rit nog een Stabiliteits- en Groeipact zullen hebben.’
     
    Het lijkt alsof Bos suggereert dat het sinds kort fout gaat met het naleven van die afspraken. Niets is echter minder waar. Sinds de invoering van de euro trekt een behoorlijk aantal eurozone-landen zich niets aan van het SGP.
     
    Griekenland heeft sinds 2000 in geen enkel jaar een acceptabel tekort gehad. De cijfers voor periode 1997 – 1999 waren er wel, maar in 2004 bleek dat Griekenland stelselmatig gelogen had over zijn tekort in die jaren. Italië en Portugal zijn ook een ramp in dat opzicht. Ook Frankrijk lag te vaak aan de verkeerde kant van de streep.
     
    Natuurlijk, ook de landen waar fiscale discipline wél hoog in het vaandel staat kwamen soms in grote problemen. Duitsland overschreed de limiet van 3 procent vier jaar op rij. Maar Berlijn herpakte zich en boog een tekort van 3,5 procent van het bbp in 2005 naar een tekort van 1,5 procent een jaar later en zelfs naar slechts een min van 0,1 procent in 2008. Ook Nederland schuwde pijnlijke ingrepen in 2003 niet.
     
    Verschil in aanpak is een blijvertje. Duitsland overweegt nu zelfs uitgavenstops om de opgelopen staatsschuld zo snel mogelijk terug te dringen. Frankrijk laat de al hoge schuld verder oplopen omdat dat goed zou zijn voor de economie.
     
    De Duitse minister van Financiën Peer Steinbrück durfde wel verder te gaan dan Bos. Hij stelde dat ‘als het SGP niet serieus wordt genomen de euro problemen kan krijgen met stabiliteit en geloofwaardigheid’.
     
    De kiem voor aanhoudende problemen voor de euro is gelegd in de jaren negentig toen besloten moest worden welke landen mee mochten doen. Voor een aantal landen zijn de duidelijke economische criteria, over maximale tekorten en schulden onder anderen, nauwelijks toegepast.
     
    Als dat wel was gebeurd, hadden landen als Griekenland, Italië en Portugal ‘nee’ te horen gekregen. Daarmee waren ook de zwakke punten in het euroweefsel voorkomen en zag de toekomst van de Europese munt er een stuk rooskleuriger uit.
     
    Nu wordt de eurozone gekenmerkt door grote én toenemende verschillen in economische groei, flexibiliteit van de economie en inflatie tussen eurolanden.
     
    Het is een publiek geheim dat de Duitse Bundesbank en De Nederlandsche Bank niet gecharmeerd waren van de deelname van Italië en Griekenland. Politici wuifden die waarschuwingen echter weg. Dat ze de criteria voor de invoering van de euro in de jaren negentig niet hebben toegepast zijn, wreekt zich nu. Het gevolg: voortdurende onzekerheid, instabiliteit van de koers en steeds terugkerende discussie over levensvatbaarheid van de euro op de lange termijn. Die onzekerheid is zeer schadelijk voor de economische groei. 

     

    Fransen vinden hét middel tegen economische crises
    Hun magische formule luidt: wisselkoersstabiliteit tussen belangrijke munten in de wereld.
     
    De Franse minister van economische zaken en de hoogste centrale bankier van dat land hebben hét middel gevonden de wereldeconomie te behoeden voor toekomstige crises, denken ze.
     
    In Europa heeft het gewerkt. De euro heeft de nationale munten vervangen en daarmee de wisselkoersonzekerheid weggenomen. Dat op zijn beurt heeft de economische groei behoorlijk gestimuleerd.
     
    Euro
    Hun oplossing is meer wisselkoersstabiliteit tussen de euro, dollar, de Japanse yen en de Chinese yuan. De minister, Christine Lagarde, en de centrale bankier Christian Noyer, riepen daartoe op tijdens een conferentie in de Franse Aix en provence.
     
    Zij deden de oproep aan de vooravond van de bijeenkomst van de G-8, de zeven rijkste industrielanden en Rusland, aangevuld met Brazilië, India en China. Rusland en de drie laatstgenoemde landen willen op de top onder meer over het internationale monetaire stelsel.
     
    Wereldmunt
    Dat zal als muziek in de oren van de Amerikaanse econoom Robert Mundell klinken. De Nobelprijswinnaar in de economie in 1999, en geestelijk vader van de euro, ijvert al decennia voor zo’n stelsel. Dat zou de weg vrij moeten maken voor één munt voor de hele wereld.
     
    Niets wijst erop dat die wens van Mundell binnen afzienbare tijd werkelijkheid zal worden. Een andere ontwikkeling is echter wel gaande.
     
    Op bijna alle continenten zijn de leiders onder indruk van het succes van de economische en monetaire unie in Europa. Zoals uit het nummer van FEM dat vanaf vandaag verkrijgbaar is blijkt, bestaan er uitgewerkte plannen voor regionale munten in het Midden-Oosten en Afrika. In Azië en Zuid-Amerika wordt gewerkt aan zulke plannen.
     
    Als alles naar wens verloopt zullen op de valutamarkt van 2020 euro’s worden gewisseld voor de latino en de dollars voor afro’s en khaleeji. Meer daarover is te vinden in het zakenweekblad FEM deze week.



    Begrotingstekort of overschot                
    In % van het bruto binnenlands product            
    Land 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008
    Euro area -1.3 0.1 -1.8 -2.5 -3.1 -2.9 -2.5 -1.2 -0.6 -1.9
    Belgium -0.6 0.0 0.5 0.0 -0.1 -0.2 -2.7 0.3 -0.2 -1.2
    Germany -1.5 1.3 -2.8 -3.7 -4.0 -3.8 -3.3 -1.5 -0.2 -0.1
    Ireland 2.7 4.7 0.9 -0.4 0.4 1.4 1.7 3.0 0.2 -7.1
    Greece : -3.7 -4.5 -4.7 -5.7 -7.5 -5.1 -2.8 -3.6 -5.0
    Spain -1.4 -1.0 -0.6 -0.5 -0.2 -0.3 1.0 2.0 2.2 -3.8
    France -1.8 -1.5 -1.5 -3.1 -4.1 -3.6 -2.9 -2.3 -2.7 -3.4
    Italy -1.7 -0.8 -3.1 -2.9 -3.5 -3.5 -4.3 -3.3 -1.5 -2.7
    Cyprus -4.3 -2.3 -2.2 -4.4 -6.5 -4.1 -2.4 -1.2 3.4 0.9
    Luxembourg 3.4 6.0 6.1 2.1 0.5 -1.2 0.0 1.4 3.6 2.6
    Malta -7.7 -6.2 -6.4 -5.5 -9.9 -4.7 -2.9 -2.6 -2.2 -4.7
    Netherlands 0.4 2.0 -0.2 -2.1 -3.1 -1.7 -0.3 0.6 0.3 1.0
    Austria -2.3 -1.7 0.0 -0.7 -1.4 -4.4 -1.6 -1.6 -0.5 -0.4
    Portugal -2.8 -2.9 -4.3 -2.8 -2.9 -3.4 -6.1 -3.9 -2.6 -2.6
    Slovenia -3.1 -3.7 -4.0 -2.5 -2.7 -2.2 -1.4 -1.3 0.5 -0.9
    Slovakia -7.4 -12.3 -6.5 -8.2 -2.7 -2.3 -2.8 -3.5 -1.9 -2.2
    Finland 1.6 6.9 5.0 4.1 2.6 2.4 2.8 4.0 5.2 4.2
                         
    Bron: Eurostat                    
                     

    Crisis in Europa nog lang niet voorbij
     
    “Wij bevinden ons in het midden van de crisis”, aldus de ministers van Financiën van de eurozone begin juli.
    Veelzeggend is dat de Oeso, Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, onlangs de voorspelling over de groei van de wereldeconomie omhoog heeft bijgesteld, maar tegelijkertijd de voorspelling voor de eurozone verder heeft verlaagd.
     
    Volgens de ministers en de Europese Centrale Bank is deflatie, een periode van aanhoudende prijsdalingen, in de eurozone geen gevaar, ondanks het feit dat de jaarlijkse inflatie in juni -0,1 procent is geweest.
     
    Deflatie is het laatste wat een centrale bank wil zien. Als de prijzen dalen, verwachten consumenten dat de daling zal aanhouden en stellen daarom hun aankopen uit. Dat zorgt voor nog diepere deflatie, sterk teruglopende economische groei en rap oplopende werkloosheid, waardoor het grimmige spel opnieuw begint.



    Helft Polen wil (nog) niet aan de euro
     
    Bijna de helft van alle Polen wil dat het Oost-Europese land de euro later invoert dan gepland, blijkt uit een enquête van marktonderzoeker GfK Polonia. De Poolse regering wil de euro in 2012 invoeren.
     
    33 procent van de Polen wil dat de regering de plannen op de langere baan schuift. 15 procent is voor de invoering van de euro, maar wil dat de regering niet te snel van stapel loopt.
     
    Van de 10 voornamelijk Centraal- en Oost-Europese landen die in 2004 lid zijn geworden van de Europese Unie (EU) zijn tot nu toe alleen Slovenië en Slowakije erin geslaagd te voldoen aan alle voorwaarden voor de invoering van de euro. Letland was er in 2006 dicht bij, maar kreeg geen toestemming vanuit Brussel omdat de inflatie 0,1 procent te hoog was (!).
     
    Het ziet er niet naar uit dat de eurozone in de komende jaren zal uitbreiden naar het oosten. Oost-Europa kampt ook met grote economische problemen, waardoor begrotingstekorten te hoog zijn geworden. Het zal jaren duren voordat die zullen zakken naar onder 3 procent van het bruto binnenlands product, de grens volgens de spelregels voor de invoering van de euro.
     
    Het meest waarschijnlijke nieuwe euroland is IJsland, dat naar verluidt deze zomer nog zijn aanvraag zal indienen voor het EU-lidmaatschap. IJsland wil zo snel mogelijk daarna, op zijn vroegst in 2011, de euro invoeren.

     

     
    Luisteren naar ECB-president nuttig
     
    Heeft het zin te luisteren naar wat Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank (ECB) zegt tijdens de persconferenties na de maandelijkse rentevergaderingen van de ECB? Ja, zeggen Jakob de Haan, hoogleraar politieke economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en Jan-Egbert Sturm, hoogleraar toegepaste macro-economie aan de ETH Zurich.
     
    Zij hebben onderzoek gedaan naar Trichets uitlatingen met de vraag of zijn woorden toegevoegde waarde hebben voor diegenen die proberen te voorspellen wat de ECB met de rente zal doen. Wat bleek? Het heeft wel degelijk nut, omdat zijn opmerkingen voor nieuwe informatie zorgen die niet gevangen is in de verwachte inflatie en de verwachte economische groei.



    Euro niet altijd goed voor Slovenië en Slowakije


    IJsland weet niet hoe snel het een aanvraag moet indienen lid van de Europese Unie te worden. Met als enige doel: de euro zo snel mogelijk invoeren. In het euro-sceptische Zweden tekent zich een meerderheid af voor de invoering van de euro. Ook in Denemarken kan de Europese munt rekenen op iets meer liefde dan voorheen.

    De hoofdreden: in de huidige economische crisis is gebleken dat de euro als een stevige laag isolatiemateriaal fungeert. Niet dat de eurolanden veilig zijn – economieën van Spanje tot Finland krimpen stevig – maar zonder de euro was de schade vele malen groter, menen vooraanstaande economen. In het boek Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt komt dat onderwerp uitgebreid aan bod.

    IJsland, Zweden en Denemarken kijken dan vooral naar Slovenië en Slowakije, de eerste landen buiten het voormalige West-blok die de euro hebben ingevoerd. Hongarije, dat geen euro heeft, is het veel slechter vergaan. Dat land moest noodleningen van enkele tientallen miljarden euro’s opnemen bij het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie om overeind te blijven.

    Goedkoper

    Op de middellange termijn bezien mag het lidmaatschap van de eurozone voordelig zijn, voor Slovenië en Slowakije is de euro op de kortere termijn niet alleen een zegen. Dan hebben we het niet over de extra inflatie waar de euro voor gezorgd heeft in ogen van veel Slovenen en Slowaken.

    EU-lidstaten zoals Hongarije, die geen euro hebben, profiteren van het feit dat hun munten in waarde zijn gedaald ten opzichte van de euro. Veel Slovenen en Slowaken trekken de grens met Hongarije over om daar hun dagelijkse boodschappen of grote aankopen, zoals een nieuwe auto, te doen.

    De Hongaarse forint is met bijna 15 procent in waarde gedaald ten opzichte van de euro, waardoor alles in de schappen van de Hongaarse winkels voor de Slovenen en Slowaken bijna 15 procent goedkoper is geworden.

    Winkeliers lopen omzet mis

    Detailhandelsverkopen in Slovenië zijn in mei met indrukwekkende 13,4 procent gedaald op jaarbasis. De economie kromp in het eerste kwartaal met 8,5 procent op jaarbasis. In Slowakije bedroeg de krimp 5,6 procent. De Slowaakse winkeliers zagen hun omzet gemiddeld met 9,2 procent dalen in april.

    Franjo Bobinac, topman van het Sloveense bedrijf Gorenje, zei onlangs in een interview dat de stijging van de waarde van de euro zijn bedrijf 3 miljoen euro heeft gekost. De omzet daalde met 5,6 procent. In het eerste kwartaal leed Gorenje een verlies van 14,5 miljoen euro. Gorenje is sinds 2008 eigenaar van het Nederlandse bedrijf Atag, fabrikant van keukenapparatuur. Atag is ontstaan uit de fusie van Atag, Pelgrim en Etna. “Dat er veel landen zijn die wel lid zijn van de Europese Unie maar niet van de eurozone, is een probleem”, aldus Bobinjac.



    Waar is de euro goed voor?

    Die vraag hebben drie Europese onderzoekers, Sebnem Kalemi-Ozcan, Elias Papaioannou en Jose Luis Peydro zichzelf gesteld.

    Die vraag stellen is makkelijk; die te beantwoorden lastig omdat het moeilijk is aan te geven welke positieve effecten te danken zijn aan de euro. Immers, sinds de komst van de euro in 1999 waren er ook talloze beleidsveranderingen en hervormingen, wat het moeilijk maakt de invloed van de euro af te zonderen.

    De drie onderzoekers hebben gewerkt met een uitgebreid dataset, waarbij ze veel waarnemingen voor en na de invoering van de euro hebben gehad. Dat stelde ze in staat het effect van de komst van de euro te kunnen afzonderen.

    Hun antwoord: de euro is zeer goed geweest voor financiële integratie in Europa. Die is, gemeten naar transacties tussen banken, in de eurozone met 40 procent meer toegenomen dan tussen de eurozone-landen en de lidstaten van de Europese Unie die geen euro hebben ingevoerd. Beleggers hebben baat bij stabiele wisselkoersen. Beleggers van buiten de eurozone werden aangetrokken door de wisselkoersstabiliteit in de eurozone, die er is gekomen omdat de euro de 16 nationale munten vervangen heeft.

    De komst van de euro heeft niet alleen het wisselkoersrisico uitgeschakeld, maar is bovendien ook samengevallen met de harmonisatie van de financiële regelgeving.



    Inflatie negatief in de eurozone

    Voor het eerst sinds de komt van de euro is de jaarlijkse inflatie in de eurozone negatief geworden.

    In juni daalde de prijsindex met 0,1 procent, maakte het Europese bureau voor de statistiek onlangs bekend.

    Dat zal geen gevolgen hebben voor het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Die heeft als taak ervoor te zorgen dat de jaarlijkse inflatie onder maar dicht bij 2 procent blijft. Een renteverlaging jaagt de inflatie in de regel omhoog. Toch zal de ECB de rente niet verder verlagen. De centrale bank hield er al rekening mee dat de inflatie gedurende enkele maanden negatief zal zijn. Dat is echter niet gelijk aan deflatie. Daarvan is pas sprake als de prijzen over de hele linie aanhoudend dalen en de consumenten verdere dalingen verwachten. Aan die twee voorwaarden is bij lange na niet voldaan.



    Italië wil voorzitterschap Eurogroep

    De ministers van financiën van de landen van de eurozone hebben hun eigen club, Eurogroep. De Luxemburgse minister van financiën Jean-Calude Juncker is de voorzitter ervan. Die heeft onlangs gezegd daarmee te zullen stoppen. Zijn Italiaanse collega Giulio Tremonti aast op die post, meldt het blad Euractiv.

    De Italianen en de Polen kunnen het niet eens worden over de vraag wie de volgende voorzitter van het Europese Parlement moet worden. Als ze er tot 7 juli niet uitkomen, zal het Parlement erover stemmen en dan zal de Poolse kandidaat winnen, luiden de voorspellingen.

    Als genoegdoening zou Italië de vervanger van Juncker willen aanwijzen, wanneer Juncker vertrekt.



    Poolse euro loopt vertraging op

    2012 wordt 2014.

    Polen zal in juli of begin augustus een nieuwe strategie voor de invoering van de euro aannemen. Nu nog is 2012 het streefjaar, maar de economische crisis heeft die plannen gedwarsboomd. Door de crisis is het begrotingstekort in Polen, net zoals in andere Europese landen, ver boven de toegestane 3 procent-grens van het bruto binnenlands product uitgekomen.

    Een bestuurslid van de Poolse centrale bank gaf aan dat invoering van de euro voor 2014 onmogelijk is. Het Internationaal Monetair Fonds noemde deze week 2013 als het vroegst mogelijke jaar voor de invoering van de euro in Polen.



    De G-2 van Europa moet honderden miljarden lenen

    Het Franse begrotingstekort zal dit jaar tussen 7 en 7,5 procent van het bruto binnenlands product uitkomen, vertelde onlangs de Franse minister van Begroting Eric Woerth. Daarmee zal het tekort op circa 140 miljard euro uitkomen.

    Woerth heeft gezegd dat het tekort vanaf 2011 aangepakt zal worden.

    Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank, vindt dat aan de late kant. In een interview zei hij dat de Europese overheden hun tekorten al vanaf volgend jaar moeten verminderen.

    Duitsland kondigde onlangs aan tot en met 2013 in totaal 310 miljard euro te zullen moeten lenen op de kapitaalmarkt. Dit jaar moet de regering in Berlijn 47,6 miljard euro lenen. Volgend jaar klimt dat bedrag naar 86,1 miljard.

    In Nederland zal de staatsschuld volgend jaar dagelijks met 100 miljoen euro toenemen, aldus Wouter Bos.




    Belgie moet begroting opnieuw opstellen

    De Belgische regering moet de meerjarenbegroting die ze bij de Europese Commissie heeft ingediend helemaal opnieuw maken.

    Volgens de commissie zijn de plannen gebaseerd op ongeloofwaardige prognoses, onduidelijke doelstellingen, eenmalige ingrepen en ontoereikende besparingen en ontbreekt er allerlei informatie.

    Europees Commissaris Joaquin Almunia (Monetair Beleid) zal dat volgende week bekendmaken, aldus de Belgische zakenkrant De Tijd zaterdag. Volgens Almunia hoeven de Belgen niet aan te komen met uitvluchten dat er een economische crisis is of dat er onlangs regioverkiezingen waren in hun land.

    De regering moet haar huiswerk gewoon opnieuw doen. Het komt zelden voor dat een EU-land zoiets uit Brussel te horen krijgt.

    Alle EU-lidstaten moeten jaarlijks begrotingsplannen indienen bij de Europese Commissie. Die kan dan beoordelen of ze zich houden aan de regel dat het begrotingstekort niet hoger mag zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product.

    De commissie heeft al laten weten met die laatste regel soepel te zullen omspringen. Door de economische crisis blijft vrijwel geen land onder deze limiet. (van nu.nl)


    Faillissement eurolanden niet aan de orde
     
    In de afgelopen maanden is de kredietwaardigheid van eurolanden Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland (twee keer zelfs, zie hieronder!) verlaagd als gevolg van de verslechtering van hun begrotingssaldo en staatsschuld. Toch verwacht Moritz Kraemer, hoofd van landen-ratings van kredietbeoordelaar Standard&Poor’s niet dat een euroland in de buurt van faillissement zal komen.

    Het is volgens hem mogelijk dat de kosten om geld te lenen, de rente, voor sommige landen verder zullen oplopen, maar elk West-Europees land zal in staat zijn de rente te betalen en schulden volgens plan aflossen.
     
    Hij voegde er wel aan toe dat het te verwachten is dat de kredietscore van Griekenland, Ierland, Spanje en Italië voorlopig niet naar niveaus van vóór de crisis zal terugkeren. Nederland heeft, samen met onder meer Finland, Duitsland en Frankrijk, nog steeds hoogste score, de zogeheten Triple A.

    Tijdens de ontmoeting van de leiders van de G-8, zeven rijkste industrielanden en Rusland, uitte de Duitse minister van FinancienPeer Steinbrueck wel zijn zorgen over het feit dat sommige Europese landen hun kredietwaardigheid hebben zien dalen. "Wat gaat er gebeuren met onze vrienden in de Europese Unie die niet dezeflde voorwaarden krijgen op de financiele markten als Duitsland", vroeg de minister zich openlijk af.

    Hoogleraar Niall Fergusson (Harvard universiteit) zei onlangs dat het een 'mythe is dat landen niet failliet kunnen gaan, je hoeft alleen naar de geschiedenis van Latijns Amerika te kijken om te zien dat dat wel kan gebeuren', zei hij. 'Als ik naar de financiele positie van veel Europese landen kijk tegenwoordig, vooral in OOst-Europa maar ook in West-Europa, dan is de situatie even slecht als in Argentinie in 2002.'

    Hoge schulden van overheden in Europa kunnen de economische opleving frustreren. Als overheden veel geld moeten lenen op de financiele markten, stuwen ze daardoor de rente omhoog, zei de Duitse minister.
     

    Miljoenen banen weg
     
    In het eerste kwartaal van dit jaar heeft de eurozone 1,22 miljoen banen verloren. Dat meldt het Europese bureau voor de statistiek. Het was de grootste afname van het aantal banen sinds 1995.



    Ierland glijdt verder weg
    Nog maar net bijgekomen van de dreun uit maart dit jaar, krijgt Ierland weer een klap.
     
    Vandaag maakte kredietbeoordelaar Standard&Poor’s bekend dat het de kredietwaardigheid van Ierland verlaagt van AA+ naar AA. Dat is de tweede verlaging in drie maanden tijd. Eind maart verloor Ierland de felbegeerde Triple A status en moest door het leven met een AA+ score. Hoe lager de rating, hoe hoger de rente die een land moet betalen om geld te lenen op de kapitaalmarkt. Nederland behoort tot een steeds kleiner groepje landen met de hoogste, Triple A, rating.
     
    Ierland is het eerste euroland dat voor de tweede keer dit jaar rood krijgt van S&P. Eerder verlaagde de kredietbeoordelaar al de kredietscores van Griekenland, Spanje en Portugal.
     
    De S&P haalde vooral de fiscale kosten van het overeind houden van de Ierse banken als reden voor de verlaging. Verdere verlagingen in de komende maanden zijn niet uitgesloten.
     
    Op de valutamarkt leverde de euro onmiddellijk in. Een euro kost nu 1,38 dollar. Dat is de laagste koers in twee weken tijd. Enkele dagen geleden was de koers nog 1,42.
     
    De Ierse economie was sinds 1990 hét voorbeeld van een uiterst succesvolle Europese economie. Tussen 1990 en 2007 groeide de Ierse economie gemiddeld met 6,5 procent per jaar. Daar is nu een eind aan gekomen. Ierland is nu de hardst geraakte economie van de eurozone. De werkloosheid is sinds het begin van de crisis ruim verdubbeld, van 5 procent naar bijna 11 procent. De economie zal dit jaar krimpen met 6,5 procent verwachten economen. Het zal waarschijnlijk minstens vijf jaar duren voordat de Ierse economie er bovenop komt.



    Inflatie eurozone 0 procent

    Voor het eerst sinds de komst van de euro in 1999 bedroeg de jaarlijkse inflatie in de eurozone 0 procent. De belangrijkste reden is de gedaalde olieprijs. Een vat olie kostte in mei vorig jaar ruim 100 dollar. Dat was in mei dit jaar tientallen dollars minder.

    Omdat de olieprijs vorig jaar in juni en tot medio juli fors bleef stijgen, is het waarschijnlijk dat wanneer de Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek, volgende maand het inflatiecijfer voor juni bekend maakt, dat wel eens negatief kan zijn. Dat zal gebeuren ook als de olieprijs de komende weken stijgt.

    Immers, voor inflatiedoeleinden is het van belang wat de olieprijs nu is vergeleken met een jaar eerder. In juni vorig jaar steeg die naar 140 dollar, wat inhoudt dat alleen als de olieprijs, nu circa 70 dollar, de komende weken verdubbelt, dat inflatieverhogen zal werken. Een stijging naar 80 of 100 dollar zal de jaarlijkse inflatie nog steeds drukken.



    Zweden willen opnieuw stemmen over de euro

    Een nipte meerderheid van de Zweden, 51 procent, is voor het houden van een nieuw referendum met de vraag of het Scandinavische land wel of niet de euro moet invoeren. Dat meldt de online krant thelocal.se op basis van een artikel in de Zweedse krant Dagens Nyheter.
     
    In 2003 stemde 56 procent van de Zweden tegen de invoering van de euro. 42 Procent kruiste het ‘voor’-hokje aan. In sommige delen van Zweden was de meerderheid wel voor de invoering en heeft sinds begin dit jaar het heft in eigen handen genomen. Uit een onderzoek bleek eerder dat Zweden (en Denemarken, dat ook geen euro heeft) veel voordeel laten liggen door de euro niet in te voeren.
     
    De jonge Zweden, in de leeftijd tussen 16 en 29, voelen veel meer voor de euro dan hun oudere landgenoten. 56 procent van de Zweedse krona wel inruilen voor de euro.
     
    Drie van de vier ondervraagden vindt dat een nieuwe volksraadpleging binnen twee jaar gehouden moet worden.

    IJsland roert zich ook

    De nieuwe IJslandse regering zal waarschijnlijk binnen enkele maanden het verzoek indienen lid te mogen worden van de Europese Unie. Volgens Johanna Sigurdardottir, de nieuwe minister-president, zou het vooruitzicht op het lidmaatschap van de EU en de eurozone IJsland goed zijn voor de koers van de IJslandse krona en de rente omlaag drukken. Ook zou het helpen een herhaling van grote beleidsfouten te voorkomen.
     
    De IJslandse banken zijn in de loop de jaren te groot geworden voor het kleine land en toen de banken omvielen sleepten ze de IJslandse economie met zich mee de diepte in. De werkloosheid steeg van circa 1 procent naar 9,1 procent. De IJslandse krona verloor tientallen procenten in waarde. De IJslandse economie zal dit jaar met 11 procent krimpen, voorspelt de centrale bank in Reykjavik.
     
    De Europese Unie verwelkomt het IJslandse aanvraag. We zijn ‘mentaal voorbereid’, aldus Olli rehn, eurocommissaris verantwoordelijk voor uitbreiding. ‘Als we de toetreding tot de EU vergelijken met een marathon dan heeft Ijsland 40 van de 42 kilometer al afgelegd en hoeven de onderhandelingen niet lang te duren’, aldus Rehn.


    Economie eurozone krimpt, de euro lijdt
     
    De economie van de eurozone is in het eerste kwartaal van dit jaar met 2,5 procent gekrompen vergeleken met een kwartaal eerder. Gebruiken we de eerste drie maanden van vorig jaar als meetlat, dan bedroeg de krimp zelfs 4,6 procent. Dat meldt het Europese bureau voor de statistiek.
     
    De Nederlandse economie verloor 4,5 procent op jaarbasis. Die van België kromp met 3 procent in dezelfde periode. Duitsland is het hardst geraakt. Daar kromp de economie met 6,9 procent vergeleken met een jaar eerder.
     
    Het cijfer over de groein in het eerste kwartaal is nog niet voor alle landen van de eurozone beschikbaar (we wachten nog op de statistici uit Ierland, Griekenland, Luxemburg, Malta, Slovenië en Finland), maar van de landen waarvan we de cijfers wel hebben, wist alleen het kleine Cyprus de dans te ontspringen. Daar groeide de economie met 1,6 procent.
     
    De euro is in waarde gedaald op de publicatie omdat onder beleggers de zorgen over de nabije toekomst van de economie van de eurozone toegenomen zijn. Wat de euro ook niet helpt is de ruzie binnen de Europese Centrale Bank over wat te doen (zie artikel hieronder).
     
    De Duitse Dresdner-Commerzbank verwacht dat de dollar de komende tijd weer terrein zal winnen (lees de euro terrein zal verliezen) omdat het duidelijk is dat het economische herstel langer op zich zal laten wachten. Beleggers zullen daardoor hun geld in Amerikaanse activa steken omdat ze de VS nog steeds als een veilige haven zien. Voor Amerikaanse obligaties moeten ze wel dollars hebben, waardoor de vraag naar de Amerikaanse munt, en dus de prijs ervan, zal stijgen.



    Hevige ruzie binnen de Europese Centrale Bank

    Op 7 mei besloot de Europese Centrale Bank (ECB) onder meer voor 60 miljard euro aan gedekte obligaties van banken te kopen (de zogeheten pfandbriefe).
     
    Het was lachwekkend Jean-Claude Trichet, president van de ECB, na afloop te oren zeggen dat alle besluiten unaniem zijn genomen. Lachwekkend, omdat achter die besluiten de grootste ruzie en onenigheid binnen het ECB-bestuur sinds de oprichting van de bank in 1999 schuil gaat. Trichet houdt echter al maandenlang vol dat er van onenigheid geen sprake is.
     
    Zijn collega’s toonden de wereld na de vergadering van de ECB begin mei echter dat Trichet in zijn eigen wereld leeft met die bewering. Via de media vochten de bestuursleden hun onderlinge ruzie nog heviger uit.
     
    Marko Kranjec, president van de Sloveense centrale bank, zei kort na de vergadering dat het ‘waarschijnlijk’ is dat de ECB nog meer miljarden euro’s zal gebruiken om obligaties op te kopen. Dat, en de wens de rente nog verder te verlagen, is een wens van veel bestuursleden, vooral uit de rand van de eurozone. De groep wordt aangevoerd door de Cyprioot Athanasios Orphanides. Ook Trichet voelt meer voor de plannen van die groep dan van het tweede kamp, onder aanvoering van Axel Weber, de president van de Duitse Bundesbank.
     
    Toen Weber, op dat moment in Londen voor een lezing, hoorde wat Kranjec had gezegd greep hij meteen in. Slechts een paar uur na Kranjecs opmerking haalde Weber uit. In geen geval wordt het meer dan 60 miljard euro, aldus de Duitser. Ben benieuwd hoe de twee heren eind mei, wanneer het bestuur van de ECB weer bijeen komt, met elkaar om zullen gaan. Wat Weber deed komt neer op een harde terechtwijzing van een machtige centrale bankier afkomstig van de bank die als model diende voor de ECB naar iemand die nog maar net aan mag schuiven in het ECB-bestuur.
     
    Sylvester Eijffinger, hoogleraar monetaire economie aan de Univesiteit van Tilburg en adviseur van het Europees Parlement over monetaire aangelegenheden, vreest dat door de uitbreiding van de eurozone de macht is verschoven van de voorkeur voor monetaire stabiliteit (lees lage inflatie) naar wat experts accommoderend beleid noemen (lees: voorkeur voor lage rente waarbij inflatie best hoger mag zijn). Eijffinger noemt de Cyprioot Orphanides “iemand die het Fed-beleid importeert bij de ECB. Dat is echter het beleid dat niet effectief is gebleken.” Voordat hij de gouverneur van de centrale bank van Cyprus zou worden, heeft Orphanides jarenlang bij de Fed gewerkt. Ook de vice-voorzitter van de ECB, de Griek Lucas Papademos, komt van de Fed vandaan.
     
    Onenigheid binnen de ECB is een gevaarlijke ontwikkeling omdat de financiële markten in het duister kunnen gaan tasten over de strategie van de ECB. Die onzekerheid kan de rentes opstuwen en zal ook van invloed zijn op de wisselkoers van de euro. De schade wordt zeker groot als inderdaad de groep die iets hogere inflatie niet erg vindt, de overhand krijgt.
     
    Eijffinger vindt het “niet ondenkbaar dat de inflatie in de eurozone de komende jaren naar 4 á 5 procent zal oplopen.”



    Begrotingsdiscipline in de eurozone: was het ooit een succes?

    Dat alle landen van de eurozone in 2009 ver over het maximaal toegestane begrotingstekort van 3 procent van het bruto binnenlands product zullen uitkomen, is niets nieuws. De Duitse minister van Financiën Peer Steinbrueck zei onlngs in het Duitse parlement zich zich zorgen te maken over het gebrek aan begrotingsdiscipline in de eurozone. Die discipline is nodig om de euro stabiel te maken en te houden. Maar is het sinds de komst van de euro in 1999 eigenlijk beter gesteld geweest met de discipline? Voor te veel landen is het antwoord, helaas: nauwelijks.
    Hieronder heb ik begrotingstekorten per jaar, sinds 1999, verzameld voor alle landen van de eurozone. Rode cijfers geven aan dat het tekort te hoog is geweest.

     
    Begrotingstekort of overschot
     
     
     
     
     
     
     
     
    In % van het bruto binnenlands product
     
     
     
     
     
     
    Land
    1999
    2000
    2001
    2002
    2003
    2004
    2005
    2006
    2007
    2008
    Euro area
    -1.3
    0.1
    -1.8
    -2.5
    -3.1
    -2.9
    -2.5
    -1.2
    -0.6
    -1.9
    Belgium
    -0.6
    0.0
    0.5
    0.0
    -0.1
    -0.2
    -2.7
    0.3
    -0.2
    -1.2
    Germany
    -1.5
    1.3
    -2.8
    -3.7
    -4.0
    -3.8
    -3.3
    -1.5
    -0.2
    -0.1
    Ireland
    2.7
    4.7
    0.9
    -0.4
    0.4
    1.4
    1.7
    3.0
    0.2
    -7.1
    Greece
    :
    -3.7
    -4.5
    -4.7
    -5.7
    -7.5
    -5.1
    -2.8
    -3.6
    -5.0
    Spain
    -1.4
    -1.0
    -0.6
    -0.5
    -0.2
    -0.3
    1.0
    2.0
    2.2
    -3.8
    France
    -1.8
    -1.5
    -1.5
    -3.1
    -4.1
    -3.6
    -2.9
    -2.3
    -2.7
    -3.4
    Italy
    -1.7
    -0.8
    -3.1
    -2.9
    -3.5
    -3.5
    -4.3
    -3.3
    -1.5
    -2.7
    Cyprus
    -4.3
    -2.3
    -2.2
    -4.4
    -6.5
    -4.1
    -2.4
    -1.2
    3.4
    0.9
    Luxembourg
    3.4
    6.0
    6.1
    2.1
    0.5
    -1.2
    0.0
    1.4
    3.6
    2.6
    Malta
    -7.7
    -6.2
    -6.4
    -5.5
    -9.9
    -4.7
    -2.9
    -2.6
    -2.2
    -4.7
    Netherlands
    0.4
    2.0
    -0.2
    -2.1
    -3.1
    -1.7
    -0.3
    0.6
    0.3
    1.0
    Austria
    -2.3
    -1.7
    0.0
    -0.7
    -1.4
    -4.4
    -1.6
    -1.6
    -0.5
    -0.4
    Portugal
    -2.8
    -2.9
    -4.3
    -2.8
    -2.9
    -3.4
    -6.1
    -3.9
    -2.6
    -2.6
    Slovenia
    -3.1
    -3.7
    -4.0
    -2.5
    -2.7
    -2.2
    -1.4
    -1.3
    0.5
    -0.9
    Slovakia
    -7.4
    -12.3
    -6.5
    -8.2
    -2.7
    -2.3
    -2.8
    -3.5
    -1.9
    -2.2
    Finland
    1.6
    6.9
    5.0
    4.1
    2.6
    2.4
    2.8
    4.0
    5.2
    4.2
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Bron: Eurostat
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Laatste update: 22 april 2009
     
     
     
     
     
     
     
     
     



    Jean-Claude Trichet moet zijn excuses aanbieden
    Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank (ECB), moet alle Nederlanders en nog ruim 300 miljoen andere Europeanen die in landen die de euro gebruiken wonen, zijn excuses aanbieden wegen grove belediging van hun intellect.
     
    Het maandelijkse ritueel over de rente in de eurozone vond vorige week plaats in Frankfurt. De ECB besloot de officiële rente te verlagen van 1,25 naar 1 procent. Na de bekendmaking van het besluit hield Trichet zoals gebruikelijk zijn persconferentie. Die is bedoeld om meer informatie te verschaffen, maar door het vage taalgebruik van de Fransman en weigering op sommige vragen in te gaan, zorgen zijn persconferenties vaak juist voor extra verwarring.
     
    Op 7 mei fulmineerde Trichet toen een vraag werd gesteld over het feit dat steeds meer mensen zich zorgen maken over het gevaar van snel oplopende inflatie. “Het debat over de vraag of sommige centrale banken de weg voorbereiden voor hogere inflatie is zeer contraproductief. Wij de centrale bankiers zijn vastbesloten de zorgen over hoge inflatie te elimineren.”
     
    Ongelooflijk! Trichet draait de schuld om, naar het publiek. Als de inflatie over een paar jaar snel oploopt, zal dat komen doordat mensen zich nu zorgen maken. Die hoge inflatie zou dan hoegenaamd niets te maken hebben met het feit dat hij en andere centrale bankiers bezig zijn met het op nooit eerder geziene schaal geld te pompen in de economieën. Bergen wetenschappelijk onderzoek tonen aan dat te veel geld altijd tot hoge en snel toenemende inflatie leidt.
     
    Mogen wij euro-gebruikers ons even zorgen maken over het grote inflatiegevaar monseigneur Trichet? Ons vermogen en onze pensioenen staan op het spel. Een indrukwekkende lijst van vooraanstaande economen, waaronder veel Nobelprijswinnaars, maken zich ook zorgen. Zij waarschuwen dat wanneer de wereldeconomie herstelt inflatie snel kan oplopen. Dat herstel is aanstaande, zei Trichet zelf onlangs.
     
    Met alle respect voor de Europese hoogste centrale bankier: zijn woord dat de inflatie niet uit de hand zal lopen is simpelweg niet voldoende. Zij woord is ons niet veel waard. De heren politici, met zijn landgenoot de Franse president Nicholas Sarkozy voorop, zouden hogere inflatie niet erg vinden, want de inflatie verlost ze van een deel van hun torenhoge schulden. En was het niet Trichet die ooit zei dat ‘als de Franse president je iets vraagt, je als Franse ambtenaar geen ‘nee’ kunt zeggen’? Bepaald geen basis voor vertrouwen.
     
    Dat Trichet vanuit zijn ivoren toren de morrende massa maant stil te zijn en daarbij de schuld aan de Europeanen én economen die vaak meer aanzien genieten dan hij geeft omdat ze zich zorgen maken, is een belediging. Het zou Trichet sieren als hij de volgende persconferentie begint met zijn excuses aan 320 miljoen inwoners van de eurozone en zijn prominente vakgenoten. De Nederlandsche Bank, altijd een vurig anti-inflatie bastion, kan om te beginnen afstand nemen van Trichet in deze zaak.




    Jan Fischer, sinds kort de nieuwe Tsjechische minister-president, heeft vandaag (12 mei) gezegd dat zijn regering geen streefdatum voor de invoering van de euro in Tsjechië zal vaststellen. 
     
    De regering van zijn voorganger, Mirek Topolanek, was van plan op 1 november bekend te maken in welk jaar Tsjechië de euro wil invoeren. Eind maart sneuvelde regering-Topolanek op een motie van wantrouwen in het parlement.
     
    Invoeren van de euro in volgens het Verdrag van Maastricht verplicht voor elk EU land, behalve Denemarken en Groot-Brittannië, zodra een land voldoet aan de criteria daartoe.



    Begrotingsdiscipline in de eurozone: was het ooit een succes?

    Dat alle landen van de eurozone in 2009 ver over het maximaal toegestane begrotingstekort van 3 procent van het bruto binnenlands product zullen uitkomen, is niets nieuws. De Duitse minister van Financiën Peer Steinbrueck zei onlngs in het Duitse parlement zich zich zorgen te maken over het gebrek aan begrotingsdiscipline in de eurozone. Die discipline is nodig om de euro stabiel te maken en te houden. Maar is het sinds de komst van de euro in 1999 eigenlijk beter gesteld geweest met de discipline? Voor te veel landen is het antwoord, helaas: nauwelijks.
    Hieronder heb ik begrotingstekorten per jaar, sinds 1999, verzameld voor alle landen van de eurozone. Rode cijfers geven aan dat het tekort te hoog is geweest.


    Begrotingstekort of overschot                
    In % van het bruto binnenlands product            
    Land 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008
    Euro area -1.3 0.1 -1.8 -2.5 -3.1 -2.9 -2.5 -1.2 -0.6 -1.9
    Belgium -0.6 0.0 0.5 0.0 -0.1 -0.2 -2.7 0.3 -0.2 -1.2
    Germany -1.5 1.3 -2.8 -3.7 -4.0 -3.8 -3.3 -1.5 -0.2 -0.1
    Ireland 2.7 4.7 0.9 -0.4 0.4 1.4 1.7 3.0 0.2 -7.1
    Greece : -3.7 -4.5 -4.7 -5.7 -7.5 -5.1 -2.8 -3.6 -5.0
    Spain -1.4 -1.0 -0.6 -0.5 -0.2 -0.3 1.0 2.0 2.2 -3.8
    France -1.8 -1.5 -1.5 -3.1 -4.1 -3.6 -2.9 -2.3 -2.7 -3.4
    Italy -1.7 -0.8 -3.1 -2.9 -3.5 -3.5 -4.3 -3.3 -1.5 -2.7
    Cyprus -4.3 -2.3 -2.2 -4.4 -6.5 -4.1 -2.4 -1.2 3.4 0.9
    Luxembourg 3.4 6.0 6.1 2.1 0.5 -1.2 0.0 1.4 3.6 2.6
    Malta -7.7 -6.2 -6.4 -5.5 -9.9 -4.7 -2.9 -2.6 -2.2 -4.7
    Netherlands 0.4 2.0 -0.2 -2.1 -3.1 -1.7 -0.3 0.6 0.3 1.0
    Austria -2.3 -1.7 0.0 -0.7 -1.4 -4.4 -1.6 -1.6 -0.5 -0.4
    Portugal -2.8 -2.9 -4.3 -2.8 -2.9 -3.4 -6.1 -3.9 -2.6 -2.6
    Slovenia -3.1 -3.7 -4.0 -2.5 -2.7 -2.2 -1.4 -1.3 0.5 -0.9
    Slovakia -7.4 -12.3 -6.5 -8.2 -2.7 -2.3 -2.8 -3.5 -1.9 -2.2
    Finland 1.6 6.9 5.0 4.1 2.6 2.4 2.8 4.0 5.2 4.2
                         
    Bron: Eurostat                    
    Laatste update: 22 april 2009  
     
                 


    Europese Commissie: nieuwe ramingen somberder
     
    De Europese Commissie heeft vandaag, 4 mei, haar nieuwste groeiramingen gepubliceerd. De economie van de eurozone zal dit jaar 4 procent krimpen. Duitsland en Italië, twee van de grootste vier economieën van de eurozone, zullen het nog slechter doen, met krimpen van 5,5 respectievelijk 4,5 procent.
     
    In Nederland en België zal de economie met 3,5 procent krimpen.
     
    De werkloosheid zal behoorlijk oplopen, in Nederland van 3,2 procent in 2007 naar 6,2 procent in 2010. In België zal volgend jaar 10,3 procent van de beroepsbevolking werkloos zijn, fors meer dan 7,5 procent in 2007.
     
    In België zal bovendien de staatsschuld voor het eerst in jaren weer boven de grens van 100 procent van het bruto binnenlands product uitkomen. In Griekenland klimt de staatsschuld dit jaar al boven die grens. In Italië is de schuld sinds de komst van de euro nooit ónder 100 procent van het bbp geweest. Dit jaar zal de schuld uitkomen op 113 procent van het bbp. De Nederlandse staatsschuld bedraagt aan het eind van dit jaar naar verwachting 57 procent. De Europese regels verbieden in principe een hoger percentage dan 60 procent.
     
    De staatsschuld zal in bijna alle landen oplopen door grote begrotingstekorten. In heel eurozone komt het tekort uit op 6,5 procent van het bbp. In 2007 was er nog een min van 0,7 procent.
     
    De toch al grote verschillen in termen van economische groei en werkloosheid binnen de eurozone, volgens prominente economen een groot gevaar voor de levensvatbaarheid van de euro op de lange termijn, zullen toenemen. Zo zal de werkloosheid in Spanje volgend jaar naar 20,5 procent stijgen. Dat is 10 procentpunten meer dan het gemiddelde van de eurozone en ruim 14 procentpunten meer dan in Nederland.



    Estland, Letland en Litouwen toch niet samen in de eurozone?
     
    De drie Baltische staten, Estland, Letland en Litouwen, zullen niet tegelijk de euro invoeren. Oliver Weeks en Alina Slyusarchuk, twee economen van bank Morgan Stanley, stellen in het artikel ‘No longer all for one?’ dat toetreding tot de eurozone voor Letland en Litouwen ver weg ligt.
     
    De reden is het hoge begrotingstekort in die landen. Alleen Estland maakt kans om in 2011 de euro in te voeren. Al medio 2010 die stap zetten, wat de Estse regering graag wil, zal niet haalbaar zijn, aldus de economen van Morgan Stanley.
     
    Estland lijkt te voldoen aan alle criteria. De inflatie was er in maart dit jaar 2 procent op jaarbasis, wat voldoende is om te slagen voor  het inflatiecriterium. Ter vergelijking: In Letland en Litouwen bedroeg de inflatie in maart 8,2 en 7,7 procent, duidelijk veel te hoog.

    De inflatie in de rest van dit jaar is van belang voor de eventuele invoering van de euro in 2011, omdat het oordeel of Estland wel of niet voldoet aan die voorwaarde gebaseerd zal zijn op de inflatieontwikkeling tussen april dit jaar en maart 2010. 
     
    Estland zal de grootste moeite hebben met het terugdringen van het begrotingstekort. Dat bedraagt nu ongeveer 3 procent van het bruto binnenlands product, wat het maximum is volgens de Europese regels. Estland mag er echter tijdelijk van afwijken, lees een hoger tekort hebben, vanwege de economische situatie. De Europese regels staan een tijdelijk hoger tekort toe als de economie krimpt. Die van Estland zal dit jaar naar verwachting met 15 procent krimpen.
    Het tekort mag daardoor tijdelijk hoger zijn, maar niet te hoog. Daar ligt nog veel werk te wachten voor de Estse overheid.



    Negatieve inflatie is nog geen deflatie
     
    Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank (ECB), heeft er al voor gewaarschuwd: de komende maanden kan de index die de inflatie meet negatief worden.
     
    In een aantal landen van de eurozone was dat in maart het geval, bleek medio april uit een bericht van Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek.
     
    In Ierland was het mandje goederen en diensten waar de gemiddelde Ierse familie geld aan uitgeeft in maart 0,7 procent goedkoper dan een jaar eerder. Ook in Portugal (0,6 procent), Luxemburg (0,3 procent) en Spanje (0,1 procent) was het mandje goedkoper.
     
    Wie bovendien naar de prijsontwikkeling ten opzichte van februari dit jaar kijkt, ziet ook prijsdalingen in België (0,6 procent), Slowakije (0,3 procent) en Duitsland (0,2 procent). In Nederland stegen de prijzen op jaarbasis met 1,8 procent. Vergeleken met februari dit jaar was het Nederlandse mandje 1,2 procent duurder.
     
    Die negatieve inflatie betekent niet dat er deflatie heerst in delen van de eurozone. Van deflatie is sprake wanneer prijzen over een breed front aanhoudend dalen. Daar is geen sprake van. Auto rijden en TV’s en computers zijn goedkoper geworden maar eten, kleding en schoenen, om een paar zaken te noemen, zijn in prijs gestegen in de eurozone. De daling van de prijzen is vooral te wijten aan de sterk gedaalde olieprijs. Eind maart vorig jaar kostte een vat olie circa 100 dollar (daarna liep de prijs op naar ruim 140 dollar begin juli). Nu kost hetzelfde vat 47 dollar.
     
    Centrale bankiers zijn als de dood voor deflatie. Bij dalende prijzen stellen huishoudens veel van hun aankopen uit, omdat alles toch over een paar maanden goedkoper zal zijn. Die vraaguitval leidt tot ontslagen en hogere werkloosheid (en verslechtering van het vertrouwen), wat op zijn beurt de vraag en de prijzen verder omlaag drukt. Een vicieuze cirkel waar heel moeilijk uit te komen is, is dan geboren.




    Geen referendum in Denemarken dit jaar
     
    Eerder dit jaar lieten verschillende peilingen zien dat de Denen op een nieuw referendum ‘ja’ zouden zeggen tegen de euro. De huidige economische crisis leidde tot een liefde-explosie voor de euro bij de buren van de eurozone. Wat echter een vaste relatie leek te worden, blijkt nu niets meer dan een one night stand te zijn (zie ook het artikel ‘Toch maar niet, zeggen de Denen tegen de euro’ onderaan deze pagina).
     
    De regering in Kopenhagen beloofde uiterlijk 2011 die vraag voor te leggen aan de inwoners van het Scandinavische land. In 2000 zeiden de Denen nog ‘nee’ tegen de invoering van de euro.
    De nieuwe Deense minister-president Lars Loekke Rasmussen zei eind april dat zijn regering dit jaar in ieder geval geen referendum zal uitschrijven.
     

     
    Haalt Polen de deadline van 2012?
     
    Polen mist de eerste deadline in zijn schema naar de invoering van de euro in 2012. In de eerste helft van dit jaar zou de Poolse zloty toetreden tot het zogeheten Europese Exchange Rate Mechanism, een soort wachtkamer voor de toetreding tot de eurozone. De zloty moet dan twee jaar lang binnen een bandbreedte van +/- 15 procent ten opzichte van de euro blijven.
     
    Maar het streven om de euro in 2012 in te voeren blijft ongewijzigd, verzekerde vice-minister van Financiën van Polen Dominik Radziwill op 26 april. Volgens hem is de kans groot dat de zloty in de tweede helft van het jaar toe zal treden tot het ERM.
     
    Toch is ook dat niet zeker, want een dag eerder zei zijn baas, de minister van Financiën Jacek Rostowski, dat de kans bestaat dat Polen ‘iets later’ de euro invoert dan 2012.




    Centrale bank vergadert weer

    Update ECB-vergadering:
    De Europese Centrale bank heeft de officiële rente verlaagd van 1,5 naar 1,25 procent. Dat is de laagste rente niet alleen sinds 1999, toen de euro werd ingevoerd en de ECB opgericht, maar zelfs de laagste rente sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in de eurozone.
    gevraagd of 1,25 procent wat de centrale bank betreft ook het laagste niveau is, zei Jean-Claude Trichet, president van de ECB, dat hij het niet zo ziet. "Ik sluit niet uit dat we nog lager zullen gaan", aldus Trichet.
    Trichet zei ook te verwachten dat de inflatie in de eurozone in de komende maanden negatief zal worden. Dat moeten we echter niet verwarren met deflatie, aldus de Fransman.
    Volgende maand zal de ECB besluiten of en welke uitzonderlijke maatregelen de bank zal nemen om de financiële en economische crisis te bezweren
    .


    Morgen, donderdag 2 april, komt het bestuur van de Europese Centrale Bank weer bijeen. Gisteren maakte het Europese bureau voor de statistiek bekend dat de jaarlijkse inflatie in de eurozone in februari 0,6 procent is geweest. Dat is het laagste percentage sinds de komst van de euro en de oprichting van de ECB in 1999.

    De centrale bank verwacht dat de inflatie dit jaar gemiddeld 0,4 procent zal zijn, waarbij het de komende maanden heel goed mogelijk is dat de inflatie tijdelijk negatief wordt.

    De economie van de eurozone zal naar verwachting dit jaar met 2,7 procent krimpen, verwacht de ECB. Eind maart maakte de Oeso, Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de laatste voorspellingen van die instelling bekend. De Oeso voorspelt een veel grotere krimp, van ruim 4 procent in de eurozone.

    De werkloosheid zal dit en komend jaar oplopen en eind 2010 bijna 12 procent bedragen. Ter vergelijking: in februari bedroeg de werkloosheid in de eurozone 8,5 procent.

    Analisten verwachten dat de ECB de officiële rente, die op 1,5 procent staat, onveranderd zal laten. Na het rentebesluit morgen volgt hier een opdate. 

     


    Ierland verliest hoogste rating
     
    Na Spanje, Griekenland en Portugal is nu ook Ierland aan de beurt gekomen. Kredietbeoordelaar Standard&Poor’s heeft de rating van deze tot voor kort snelstgroeiende economie van de eurozone verlaagd van Triple A naar AA+. Bovendien is de outlook negatief, wat wil zeggen dat de kans op een verdere verlaging groter is dan de kans dat Ierland terugkeert naar AAA, de hoogst mogelijke score.
     
    S&P maakt zich zorgen over de houdbaarheid van de Ierse overheidsfinanciën. De Europese Commissie voorspelt dat het begrotingstekort dit jaar op 11 procent van het bruto binnenlands product zal komen. Dat is bijna vier keer zo hoog als het maximum van 3 procent, zoals afgesproken in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact. Die afspraak is gemaakt eind jaren negentig vlak voor de invoering van de euro om de stabiliteit van d Europese munt te waarborgen. Als overheidsfinanciën ontsporen, lijdt daar de munt van dat land onder.
     
    Economen van S&P menen dat Ierland jaren nodig zal hebben het tekort terug te dringen, als dat al lukt. De spread, het verschil in tienjarige rente die de Ierse regering moet betalen om geld te lenen vergeleken met dezelfde rente voor de Duitse regering, is opgelopen naar bijna 2,5 procentpunten. Ter vergelijking: tussen 1999 en 2008, dus sinds de komst van de euro, bedroeg de spread gemiddeld 0,18 basispunten.
     
    Steeds meer landen van de eurozone komen in grote financiële problemen. Natuurlijk, de diepste economische crisis in decennia heeft bijgedragen, maar ook daarvoor was de situatie met de overheidsfinanciën in landen als Portugal, Griekenland of Italië niet om naar huis te schijven. Eigenlijk was in dat soort landen nooit sprake van fiscale discipline. Toch mochten ze meedoen met de euro, iets wat zich nu wreekt. Als zij geen lid waren van de eurozone, was de euro stabieler geweest en was de discussie over de levensvatbaarheid van de munt op de lange termijn nergens voor nodig.




    Voormalig Eurocommissaris nu wel voor strenge regels


    'Het idee dat de daling van de koopkracht het gevolg is van de komst van de euro is een mythe", zegt Yves-Thibault de Silguy. De Fransman was Eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken toen de euro werd ingevoerd. Hij sprak met een journalist van het blad EurActiv.

    Tien jaar na de introductie van de gemeenschappelijke munt in Europa heeft d euro alle beoogde doelen bereikt, aldus de Fransman. Hij roemt vooral het beschermende effect van de euro gedurende de crisis. De voormalige Eurocommissaris is pertinent tegen een eventuele versoepeling van de regels om bijvoorbeeld landen uit Oost-Europa versneld tot de eurozone toe te laten (zie ook hieronder, het artikel 'Estland wil volgend jaar aan de euro').

    Yves-Thibault de Silguy was niet zo star eind jaren negentig. Van hem mocht Italie, ondanks creatief boekhouden en veel te hoge staatsschuld (ruim 100 procent van het bbp terwijl de afspraak was maximaal 60 procent) gewoon meedoen met de euro.



    Estland wil volgend jaar aan de euro
    Maar 'Brussel'  ziet dat niet zitten.

    Estland wil dolgraag zo snel mogelijk de euro invoeren. Vandaar dat het land van plan is de Europese Commissie te vragen het zogeheten Covergentie rapport, dat opgesteld moet worden om te kijken of een land aan alle voorwaarden voldoet, bij wijze van uitzondering nog dit jaar opstelt. Naar verluidt voelt 'Brussel'  daar echter weinig voor. Streven om de euro in juli 2010 in te voeren zou te ambitieus zijn.

    Estland wilde de euro eigenlijk vanaf januari 2011 introduceren maar wil nog eerder die stap zetten in de hoop dat dat de economische groei ten goede zou komen. Dat land gaat door de ergste recessie sinds 1991, toen het zich losmaakte van de voormalige Sovjet-Unie. Volgens de Zweedse bank SEB kan de economische krimp dit jaar zelfs 10 procent bedragen.

    Ook andere landen uit Oost-Europa willen versneld de euro invoeren, maar de Europese Commissie loopt daar niet warm voor. De Commissie is bang dat dan het beeld kan ontstaan dat landen de euro invoeren zonder aan de noodzakelijke voorwaarden te voldoen (onder meer over maximale inflatie, lange termijn rente en wisselkoersstabiliteit). Daardoor zou de euro schade kunnen oplopen op de valutamarkt.


    Euro, of eiro, ewro, euras of evro?

    Slovenie was het eerste EU-land dat na de introductie van eurobiljetten en munten in 2002 lid is geworden van de eurozone. Maar dat land heeft niet in alles zijn zin gekregen.

    Europa is in het Sloveens Evropa. Daarom spreken Slovenen ook over evro's, niet euro's. De regering van Slovenie wilde die naam goedgekeurd hebben, maar de Europese Commissie, op advies van de Europese Centrale Bank, zei ferm 'nee'. Toen de founting fathers de euro creeerden, spraken ze af dat de spelling in alle landen gelijk moest zijn. Brussel wilde daar niet van afwijken.

    Ook andere landen hebben geprobeerd hun eigen spelling goedgekeurd te krijgen. Letland wilde in zijn wetten de spelling eiro hanteren, omdt het Lets de lettercombinatie 'eu' niet kent. Niets ervan, aldus Brussel. Ook Litouwen (wilde euras) en Malta (wilde ewro) kregen geen groene licht.

    Een land slaagde er wel in. Bulgarije wilde de euro omdopen tot de evro en kreeg zijn zin. Hoewel Bulgarije lichtjaren is verwijderd van het lidmaatschap van de eurozone, dreigde het eind 2007 met een veto op het verdrag tussen de Europese Unie en Montenegro als het niet zijn zin zou krijgen. Bulgarije kreeg wel het groene licht met als reden dat het land een ander alfabet kent, het cyrillisch. Een vreemde reden, immers ook het cyrillisch kent de letter 'u'.





    Een zorg minder
    De jaarlijkse inflatie in de eurozone is laag.
     
    Tussen alle ellende is er op zijn minst één front waarop de Europese Centrale Bank (ECB) voorlopig niets te vrezen heeft. De jaarlijkse inflatie bedroeg in februari 1,2 procent, wat het laagste niveau is in een decennium. Dat bleek uit het maandelijkse inflatie-overzicht van Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek.
     
    Ook werd bekend dat de werkgelegenheid in de laatste drie maanden van vorig jaar met 0,3 procent is afgenomen. Ook in het derde kwartaal was er spraken van een krimp. De daling in het vierde kwartaal was het grootst sinds 1995. De werkloosheid, enkele maanden geleden nog iets meer dan 7 procent, bedraagt inmiddels 8,2 procent. Analisten verwachten dat de werkloosheid volgend jaar boven de grens van 10 procent zal uitkomen.
     

     
    Is dit het van de ECB?
    De officiële rente in de eurozone was sinds begin maart nog nooit in de historie zo laag. Wordt de rente de komende maanden nog lager?
     
    Begin maart verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) de officiële rente van 2 naar 1,5 procent, het laagste niveau ooit voor de ECB. En nu? Economen van Goldman Sachs voorspellen dat de centrale bank de officiële rente verder zal verlagen en in de zomer op 0,5 procent zal uitkomen. Ook verwachten ze andere maatregelen om de economie te helpen, zoals het opkopen van bedrijfsobligaties.
     
    Goldman Sachs verwacht dat de economie van de eurozone dit jaar met 3,6 procent zal krimpen. Dat is meer dan de verwachte krimp in de VS (-3,2 procent) of het Verenigd Koninkrijk (-2,5 procent). Duitsland zal het bijzonder slecht doen, met een min van 5,2 procent. De oude voorspelling luidde: -2,6 procent. Ook Frankrijk (-2,9 procent) en Spanje (-3,6 procent) zullen rake klappen krijgen.
     
    Binnen het bestuur van de ECB is van sommige leden tegenstand te bespeuren tegen sterke renteverlagingen. Axel Weber ziet de bodem voor de officiële rente op 1 procent. Zijn collega Jürgen Stark noemde verdere renteverlagingen geen oplossing. “De financiële crisis kan niet opgelost worden met renteverlagingen.” Sterker nog, aldus Stark, “te lage rente kan zelfs contraproductief zijn. Lage rente geeft de banken weinig stimulans hun balansen op te schonen en kredietrisico’s nauwlettend in de gaten te houden.”
     

     
    That’s all folks
    Europese regeringen lijken vanaf nu hand op de knip te houden.
     
    Begin maart kwamen de ministers van Financiën van de landen van de eurozone in Brussel bijeen. Op de agenda stond, hoe kan het ook anders, de oorlog tegen de economische crisis. Achter stevig gesloten deuren lijken ze besloten te hebben dat ze voldoende geld besteed hebben.
     
    Wat zeker een rol zal hebben gespeeld in de discussie is het feit dat begrotingstekorten fors zullen oplopen. De hele Europese Unie, 27 landen in totaal, zal dit jaar een begrotingstekort van 4,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) hebben. De vier grote landen van de eurozone, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje, koersen af op tekorten tussen 3 en 5,8 procent van het bbp dit jaar. Het beeld voor 2010 ziet er niet veel beter uit.
     
    Land
    Tekort in 2009 (in % van het bbp)
    Tekort in 2010 9% van het bbp)
    Duitsland
    -3
    -4
    Frankrijk
    -5,6
    -5,2
    Italië
    -3,7
    -3,3
    Spanje
    -5,8
    -4,8
     
    Let op: dit zijn voorspellingen van de regeringen van de vier landen zelf. Als het verleden ons iets heeft geleerd, is dat de regeringen vaak de omvang van de tekorten onderschatten.
     
    Zo denken ook de economen van een van de grootste bank ter wereld, de Britse HSBC. In een recent rapport stellen Mathilde Lemoine, Janet Henry en Astrid Schilo, allen werkzaam als econoom bij HSBC, dat de genoemde voorspellingen te optimistisch zijn. De overheden in de vier landen baseren zich op de aanname dat hun structurele uitgaven in 2009 en 2010 zullen dalen, maar de plannen hoe die daling te bereiken zijn er nog niet, aldus Lemoine, Henry en Schilo. Ook rekenen ze op een sterke economische groei dan HSBC. In de tabel hieronder is de voorspelling van het HSBC-trio voor de tekorten voor de vier grote eurolanden weergegeven.
     
    Land
    Tekort 2009
    Tekort 2010
    Duitsland
    -4,2
    -5,4
    Frankrijk
    -6,6
    -7,0
    Italië
    -5,6
    -5,8
    Spanje
    -8,4
    -8,4
     
     
    Behalve begrotingstekorten zullen ook de schulden van die landen behoorlijk oplopen. De Duitse nationale schuld stevent af op 75 procent van het bbp in 2010. Die van Frankrijk naar 81 procent. Spanje doet het met 58,1 procent van het bbp nog goed zelfs, in tegenstelling tot Italië. Dat land draagt nu al een zware schuldenlast, maar de schuld zal zelfs naar 118,4 procent oplopen. Ter herinnering: aan de vooravond van de euro werd afgesproken dat begrotingstekorten van meer dan 3 procent van het bbp in principe niet mogen. De staatsschuld mag niet hoger bedragen dan 60 procent van het bbp. Italië komt dus op het dubbele van dat maximum uit.
     
    Hoge tekorten en loodzware schulden zullen leiden tot hogere rentes en zo de economische groei afremmen. Ze kunnen zelfs de levensvatbaarheid van de euro op de lange termijn in groot gevaar brengen. Dat gevaar komt uitvoerig aan bod in het boek ‘Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt’.


    Jean-Claude Trichet dagdroomt
    De discussie over hoe de euro uit de economische crisis tevoorschijn zal komen, wint aan kracht. ECB-president Jean-Claude Trichet gelooft echter in eigen verzinsels.
      
    Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank, riep onlangs dat de eurozone ‘geen zwakke schakels kent.’ Sorry?
     
    Italië kampt met een diepe recessie. Dat is niets opmerkelijks, immers heel West-Europa heeft ermee te maken. Maar waar de huidige recessie de eerste is in meer dan vijftien jaar in landen als Nederland en Duitsland, zit Italië in de derde recessie sinds de invoering van de euro in 1999.
     
    Frankrijk is nooit vies van protectionistische neigingen – die niet samengaan met het delen van een gezamenlijke munt – en nu het economisch tegenzit draait de protectionisme-motor overuren in Parijs.
     
    Beledigd
    Goedbedoelde adviezen om de economieën te hervormen wuiven landen als Italië, Griekenland, Spanje en Portugal weg of voelen zich zelfs beledigd. In plaats daarvan proberen ze de rest van de EU zo ver te krijgen hen miljarden euro’s te lenen om de crisis te overleven en zoeken ze naar manieren hoe Europees geld via allerlei constructies naar Zuid-Europa kan vloeien.
     
    En dan is nog de vergrijzing, die vanaf 2010 voelbaar zal worden in overheidsfinanciën volgens de Europese Centrale Bank, nog niet eens genoemd. Niet voor niets kwam op elke stop van een recente roadshow van economen van UBS bank door Azië de vraag naar voren of de eurozone het gevaar loopt uiteen te vallen.
     
     
    Hoezo geen zwakke schakels weledelgestelde heer Trichet? Óf de Fransman liegt met opzet – waardoor de vraag of hij zo een belangrijke functie waar hij vorig jaar 345.252 euro verdiend heeft wel zou moeten bekleden zeer gerechtvaardig is – óf hij gelooft echt in die onzin (in dat geval is het de zaak de man zo snel mogelijk met pensioen te sturen voordat hij schade aanricht).
     
    Eurozone verlaten
    Wie wel een serieuze centrale bankier is, is Karl-Otto Pöhl, voormalig president van de Duitse Bundesbank. In een interview met de Britse zender SkyNews zei hij onlangs dat er volgens hem landen in Europa zijn die de mogelijkheid overwegen de eurozone te verlaten. “Maar dat is praktisch gesproken niet mogelijk, het zou zeer duur zijn”, aldus Pöhl.
     
    Daarin heeft hij gelijk. Stel dat Italië aan zou kondigen uit de eurozone te stappen en de lira in te voeren. Iedereen weet waarom de regering in Rome die stap zet: om de vrijheid te hebben hogere begrotingstekorten te creëren en om langdurig in het rood te zitten én om de nieuwe lira almaar te verzwakken en zo van een behoorlijk deel van de schulden af te komen. Een zwakke munt zorgt ervoor dat de reële waarde van de schulden daalt omdat een zwakke munt de inflatie aanjaagt. Die vreet een deel van de schuld weg.
     
    Omdat ze dat weten, zouden beleggers onmiddellijk de rente die ze willen hebben van de Italiaanse overheid om haar geld te lenen, naar ongekende hoogtes opvoeren. Uitstappen uit de euro zou daarmee voor een zwak land zeer duur zijn.
     
    Dat is de reden waarom veel rapporten van banken eindigen met de opmerking dat het uiteenvallen van de eurozone niet aan de orde is. Maar dat is wel erg kort door de bocht. Het scenario waarin de eurozone leden verliest is geen science fiction.
     
    DNB
    Want als een zwak land er niets aan heeft, dan misschien wel een sterk land. Andre Szász, oud-directielid van De Nederlandsche Bank zei in een interview in FEM (het volledige interview is te vinden in het boek Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt dat binnenkort verschijnt) onlangs dat als een land de eurozone verlaat “de kans groter is dat het een sterk land zal zijn.”
     
    Szász is niet de enige die dat vindt. Kenneth Rogoff, een vooraanstaande monetaire econoom, hoogleraar economie aan Harvard universiteit en voormalig hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds denkt dat ‘sommige landen over tien jaar geen deel meer zullen uitmaken van de eurozone.’ De in Londen gevestigde denktank Centre for Economic Research concludeerde eerder in een onderzoek dat ‘het uiteenvallen van de eurozone niet kan worden uitgesloten’.
     
    Trichet is het daar niet mee eens. Immers, er zijn geen zwakke schakels die kunnen breken. Hij kan zijn tijd beter besteden met plannen hoe mensen die vanaf het begin vurig voorstander van de euro en de Europese integratie waren, zoals de ondergetekende, aan boord te houden.
     


    Hongarije wil versneld de euro invoeren
    Oost-Europa wil versneld aan de euro. Hongarije en Polen willen de voorwaarden voor de euro-invoering versoepelen.
     
    Hongarije was het eerste land van de Europese Unie dat vanwege de crisis voor hulp bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moest aankloppen. Vorig jaar kreeg de regering in Boedapest een lening van bijna 20 miljard euro van het IMF en de Europese Unie om een faillissement af te wenden.
     
    Het Midden-Europese land is op zoek naar bescherming voor de toekomst. Daarom wil het zo snel mogelijk de euro invoeren. Een van de voorwaarden waaraan elk euro-aspirant moet voldoen, is de koers van de eigen munt twee jaar lang binnen een bandbreedte van 15 procent (aan de boven en onderkant) ten opzichte van de euro houden. Daarmee toont een land aan dat zijn munt stabiel is.
     
    De Hongaarse forint neemt nu nog geen deel aan dat zogeheten Europese Exchange Rate Mechanism (ERM). De Hongaarse minister van Financiën Janos Veres zei onlangs dat toetreden tot die wachtkamer van de euro eind dit jaar mogelijk moet zijn, waarna Hongarije in 2012 de euro zou kunnen invoeren. De Hongaarse minister-president Ferenc Gyurcany steunt het voorstel van zijn minister van Financiën. De Poolse minister van Europese Zaken Mikolaj Dowgielewicz wil ook dat het mogelijk wordt dat de regio snel de euro mag invoeren. Dat zou beter zijn dat het Hongaarse plan voor een EU-steunfonds á 190 miljard euro voor Oost-Europa. Ook de Poolse zloty en de Tsjechische krona nemen nog geen deel aan het ERM.
     
    Plicht
    Twee jaar lang de koers van de eigen munt binnen die bandbreedte houden is echter geen vrijbrief om het eurohuis binnen te trekken. Er zijn nog meer voorwaarden waaraan een land moet voldoen voordat het zover is.
     
    Zo mag de inflatie maximaal 1,5 procent afwijken van het gemiddelde van de drie lidstaten van de EU met de laagste inflatie. De langetermijnrente mag maximaal 2 procent hoger zijn dan het gemiddelde van de drie EU-landen met de laagste inflatie. Het begrotingstekort mag maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product bedragen en voor de staatsschuld ligt het plafond op 60 procent van het bbp.
     
    De rest van Europa wil echter niet tornen aan de voorwaarden. “Ik denk niet dat we de toetredingscriteria zomaar kunnen veranderen”, aldus Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Raad van ministers van Financiën van de landen van de eurozone.
     
    In tegenstelling tot Oost-Europa, lijkt in Denemarken de liefde voor de euro af te nemen. Het leek erop dat een meerderheid van de Denen, als gevolg van de crisis, nu wel graag de euro zou willen invoeren. Een meerderheid is er echter weer tegen de inlevering van de eigen munt.



    Tweede dreun dreigt voor Griekenland
    Kredietwaardigheid van Griekenland, Spanje, Portugal en Italië neemt almaar af. Griekenland krijgt nu nog een dreun. Dat alles kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van de euro.
     
     
    Medio januari had de kredietbeoordelaar Standard&Poor’s er genoeg van. De Griekse regering liet het begrotingstekort uit de handen lopen, structurele economische hervormingen (om het tekort terug te dringen) waren nergens te bekennen en de al torenhoge staatsschuld zal nog verder stijgen. Nu heeft alleen Italië binnen de eurozone een hogere schuld als percentage van het bruto binnenlands product dan Griekenland.
     
    De S&P verlaagde de rating van de Griekse staat van A naar A-. Daarmee heeft Griekenland veruit de laagste score van de landen van de eurozone. Het gevolg: de rente die de regering in Athene moet betalen om geld te lenen spoot omhoog. Het verschil met de rente die Duitsland moet betalen steeg met bijna 4 procentpunten naar niveaus die voor het laagst te zien waren voordat de euro het daglicht zou zien. S&P verlaagde daarna ook de rating van Spanje en Portugal. Nederland heeft nog steeds de hoogst mogelijke score, de zogeheten Triple A.
     
    Arme euro
    Nu dreigt ook de andere grote kredietbeoordelaar, Moody’s, Griekenland binnenkort een gele prent te geven. Het bedrijf heeft de vooruitzichten voor de Griekse rating verlaagd van ‘positief’ naar ‘stabiel’. Dat is vaak de eerste stap richting een verlaging van de score. Een verlaging zit er voor de komende 18 maanden zeker niet in, aldus Moody’s in een verklaring.
     
    Behalve voor de betrokken landen kunnen verlagingen van de kredietbeoordelingen gevolgen hebben voor de levensvatbaarheid van de euro. Er kunnen in de toekomst spanningen ontstaan tussen landen die diep in rood zitten en de sterke landen, zoals Nederland en Duitsland. Als de tekorten bij veel landen van de eurozone hoog blijven, zal dat de koers van de euro drukken. De Europese munt zal dan zwak zijn, wat de inflatie omhoog zal jagen. Dat weer betekent hogere langetermijnrente, die van groot belang is voor bedrijfsinvesteringen en huizenmarkten. Een zwakke munt kan zo de economische groei langdurig omlaag drukken.
     
    De kans is groot dat de tekorten hoog zullen blijven omdat de invloed van de vergrijzing (meer pensioenuitkeringen, relatief minder werkenden en dus minder inkomsten voor de overheden) eraan zit te komen. De vergrijzing en het gevaar voor nóg hogere tekorten zullen al vanaf volgend jaar merkbaar zijn in de eurozone, aldus de Europese Centrale Bank onlangs in een rapport.



    ‘Toch maar niet’ zeggen de Denen tegen de euro
    De crisis leidde tot een liefde-explosie voor de euro bij de buren van de eurozone. Wat echter een vaste relatie leek te worden, blijkt nu niets meer dan een one night stand te zijn.
     
     
    Een gevolg van de huidige economische crisis is dat de euro ineens behoorlijk aan populariteit heeft gewonnen in Denemarken, normaliter een zeer euro-sceptisch land. In 2000 nog zei een ruime meerder van de Denen ‘nee’ tegen de Europese munt en de stemming bleef in de jaren daarna onveranderd. Een paar maanden geleden kenterde dat. De Deense economie kwam behoorlijk in problemen en veel Denen merkten dat geen lid van de eurozone zijn ook zijn donkere kanten heeft.
    Terwijl de Europese Centrale Bank (ECB) de officiële rente verlaagde om zo de economie een oppepper te geven, moest de Deense centrale bank de rente juist verhogen om de koers van de krona ten opzichte van de euro stabiel te houden.

    De ene na de andere peiling liet zien dat een ruime meerderheid van de Denen pro-euro was. Dat tot groot genoegen van de regering, die dolgraag de eigen krona wil inruilen voor de euro. Plannen voor een nieuw referendum, dit of volgend jaar, werden al gemaakt.
     
    Die uitbarsting van de liefde voor de euro blijkt echter van korte duur te zijn. De rust op het deel van de valutamarkt waar kronen en euro’s geruild worden is teruggekeerd. De Deense centrale bank kon de rente ook laten zakken. Tegelijk met de rente zakte ook de liefde voor de euro.
     
    Uit een peiling van de Deense krant Berlingske Tidende, uitgevoerd door onderzoeksbureau Gallup, blijkt dat 42 procent van de Denen voorstander is van de invoering van de euro. Drie maanden geleden kon de euro op steun van 51 procent van de Denen rekenen.
     
    En Denemarken is geen uitzondering. In door de crisis behoorlijk hard geraakte IJsland – geen lid van de Europese Unie – gingen er stemmen op zo snel mogelijk lid te worden van de EU. Al daarvoor moest het land maar de euro invoeren, vond een ruime meerderheid van de IJslanders. De nieuwe sociaal-democratische regering pleit daar nog steeds vurig voor. Maar de minister van Financiën Steingrimur Sigfusson ziet meer heil in een ander plan: de Noorse kroon invoeren en geen euro.



    Is dan niets meer heilig?
    De Zwitserse franc, van oudsher een veilige haven voor beleggers in moeilijke tijden, is die status kwijt. Een gat in de markt voor de euro?
     
    Om de afgelopen twaalf maanden op de financiële markten als ‘onrustig’ te omschrijven zou een understatement zijn. De graadmeter van de Amsterdamse beurs, de AEX-index, is gehalveerd. In Hong Kong schommelt de index rond de 14.000 punten, waar een jaar geleden werd geflirt met de grens van 27.000. De Amerikaanse Dow Jones Industrial Average is lichtjaren verwijderd van de 13.000-punten grens waar de index een jaar geleden op stond.
     
    Beleggers weten al decennialang dat ze zich in tijden van zware turbulentie kunnen schuilen in de haven met als naam ‘de Zwitserse franc’. In mei 2007 hebben Angelo Ranaldo en Paul Söderlind van de Univesiteit van St. Galen in Zwitserland een onderzoek uitgevoerd naar de zogeheten safe haven valuta’s. Met empirisch onderzoek toonden zij aan wat alle beleggers uit ervaring al wisten: bij economische tegenspoed, natuurrampen of terroristische aanslagen is de franc de plek om te schuilen met je geld. Toch is de franc sinds medio december met 7 procent in waarde gedaald ten opzichte van de euro.
     
     
    Status
    Voor de economen van de Duitse Commerzbank is het duidelijk. De Zwitserse franc heeft de status van een veilige haven verloren en het is niet waarschijnlijk dat de munt die status ooit terug zal krijgen.
     
    De reden schuilt in de zorgen over het lot van de Zwitserse banken. De verplichtingen van de Zwitserse banken is bijna zeven keer zo groot als het bruto binnenlands product (bbp) van het Alpenland. Daarnaast zijn de Zwitserse banken blootgesteld aan omvangrijke valutarisico’s. De waarde van hun bezittingen in andere valuta’s bedraagt ongeveer 400 procent van het bbp. Dat leidt tot zorgen over de stabiliteit van de franc.
     
    Wat Ranaldo en Sönderlind ook hebben laten zien, is dat de euro ook trekjes van een veilige haven vertoont. Maar kan de euro het ontstane gat in de markt wel vullen? Wat voor een volmondig ‘ja’ pleit is dat de euro de op één na (dollar) belangrijkste wereldmunt is. Het is ook de munt van de eurozone, een groep van 16 Europese landen die, samen bekeken, één van de grootste wereldeconomieën is.
     
     
    Verschil moet er zijn
    Maar om een veilige haven te zijn, moet het voor beleggers buiten kijf staan dat de munt redelijk stabiel is en er geen structurele problemen zijn. Dat laatste is echter niet het geval. De strubbelingen binnen de eurozone zijn er al en kenners verwachten dat de wrijvingen in de toekomst alleen maar zullen toenemen, niet afnemen. Een van de economen die dat verwacht is voormalig bestuurslid van De Nederlandsche Bank Andre Szász (in het boek ‘Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt’ staat een uitgebreid interview met hem).
     
    In de afgelopen maanden zijn de renteverschillen tussen de zwakke en sterke landen (zwak en sterk in de ogen van de markt) fors opgelopen, zelfs naar niveaus die voor het laatst voor de invoering van de euro te zien waren. Zwakke landen zijn dan met name Ierland, Spanje, Portugal, Italië en Griekenland. Sterke landen zijn onder meer Duitsland en Nederland.
    Zo betaalde Spanje eind februari vorig jaar slechts 0,17 procent meer rente op een tienjarige lening dan de Duitse regering. De opslag voor Madrid ligt nu, eind februari 2009, op1,20 procent. Voor Rome steeg de opslag van 0,40 naar 1,40 procent. De Griekse regering moet zelfs bijna 4 procentpunt meer betalen om geld te lenen op de kapitaalmarkt dan de Duitse regering.
     
    Als die verschillen blijvend blijken te zijn, kunnen ze voor veel onrust binnen de eurozone leiden, waarbij geen enkel scenario, inclusief die dat één of meerdere landen ergens in de toekomst uit de eurozone stapt, uit te sluiten is.
     
    Meer over dat scenario is te vinden in het boek dat binnenkort uit zal komen.



    Trichet: "Eurozone valt niet uit elkaar"

    President Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank (ECB) is niet bang dat de eurozone uiteen zal vallen door de financiële crisis. Dat heeft hij vandaag, 21 januari, gezegd in het Europees Parlement.

    Hij reageerde daarmee op geruchten dat de eurozone onder druk komt doordat enkele als minder kredietwaardig beschouwde lidstaten, zoals Griekenland, steeds grotere moeite hebben hun staatsleningen gefinancierd te krijgen. Zoals u hier kon lezen (zie onderin op deze pagina) verlaagde kredietbeoordelaar Standard&Poors vorige week de rating van Griekenland van A naar A-, veruit de laagste rating in de eurozone. Enkele dagen daarna volgde ook de downgrade van Spanje, van AAA naar AA.

    De ECB-president noemde de geruchten dat de euroozne onder druk komt ongefundeerd. Hij is ervan overtuigd dat de euro bestand is tegen de crisis. Hij wees erop dat alle munteenheden op dit moment onder druk staan.

    In het boek Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt ga ik uitvoerig in op het scenario dat een of meerdere landen de eurozone verlaten. Wat vinden vooraanstaande monetaire economen ervan? Als dat gebeurt, zal het dan eerder een zwak land a la Griekenland of een sterk land a la Duitsland of Nederland zijn?



    Erg, erger, ergst

    De Europese Commissie heeft vandaag (19 januari) de nieuwe voorspellingen voor onder meer economische groei voor de lidstaten van de Europese Unie en de eurozone bekend gemaakt. Brussel is aanzienlijk pessimistischer over 2009 en 2010 dan enkele maanden geleden.
     
    In de eurozone zal de economie dit jaar krimpen met 1,9 procent. De oude voorspelling was een kleine groei van 0,1 procent. In 2010 groeit de economie, maar slechts met 0,4 procent. Nederland zal dit jaar een krimp meemaken van 2 procent, waarna een schamele groei van 0,2 procent volgt, in 2010.
     
    Denemarken en Zweden, twee oude lidstaten van de EU maar geen lid van de eurozone, zullen het relatief beter doen, met dit jaar een krimp van respectievelijk 1 en 1,4 procent (in 2010: Denemarken + 0,6, Zweden +1,2 procent). Het Verenigd Koninkrijk, een van de hardst geraakte westerse landen, stevent dit jaar op ene behoorlijke dip af (-2,8 procent).
     
    De fors lagere groei uit zich in de verder verslechterende overheidsfinanciën. In de tabel zijn de verwachte begrotingstekorten weergegeven voor een aantal geselecteerde landen.
     

     
    Land
    2009
    2010*
    Eurozone
    -4
    -4,4
    Duitsland
    -2,9
    -4,4
    Griekenland
    -3,7
    -4,2
    Ierland
    -11
    -13
    Spanje
    -6,2
    -5,7
    Frankrijk
    -5,4
    -5,0
    Italië
    -3,8
    -3,7
    Nederland
    -1,4
    -2,7
    Portugal
    -4,6
    -4,4
    Finland
    +2,0
    +0,5
     
     
     * = bij ongewijzigd beleid, in procenten van het bruto binnenlands product (bbp)
     
     
    De Europese afspraken over maximale begrotingstekorten, die gemaakt zijn om de euro ook op termijn levensvatbaar te maken, verbieden in principe een tekort van meer dan 3 procent van het bbp.
     
    Verwacht wordt ook dat de werkgelegenheid, die met een zekere vertraging op veranderingen in de bbp-groei reageert, dit jaar een negatieve groei zal vertonen: in de EU zouden 3½ miljoen banen verloren gaan. In het licht daarvan wordt voorspeld dat de werkloosheid in 2009 zal toenemen tot 9¼% in de eurozone en in 2010 verder zal oplopen.
     
    Onlangs verlaagde de kredietbeoordelaar Standrad&Poors de rating van Spanje omdat het land te veel in het rood staat. Griekenland onderging hetzelfde lot een paar dagen eerder. Portugal en Ierland zullen waarschijnlijk volgen, waarschuwde S&P.
     
     
     

     
     
    Lange tijd betaalden de regeringen van Europese landen die een gat in de hand hebben, dezelfde rente als de regeringen die verstandiger met hun geld omgingen. Beleggers straffen de zondaars nu met een hogere rente.
     
    Hoewel de renteverschillen op staatsleningen van enerzijds Griekenland en Italië en anderzijds Duitsland opgelopen zijn, zijn ze nog niet op niveaus van voor de invoering van de euro. Toen betaalden de Italianen en de Grieken 6 procent meer rente om geld te lenen op de kapitaalmarkt dan de regering in Berlijn.
     
     
    Maar als de verschillen naar pre-1999 niveaus oplopen, kan dat tot speculaties leiden dat een of meer zwakke landen zou kunnen besluiten uit de eurozone te stappen.
     
     

     
     
     
    Vergrijzing en de euro

    Uit een onderzoek van de Europese Centrale Bank blijkt dat de toch al aanzienlijke kosten van de vergrijzing, fors hoger zullen uitpakken, als hervormingen in de eurozone uitblijven.
     
    De komende decennia zullen Europese landen te maken hebben met de vergrijzing. Een van de gebieden waarop de vergrijzing grote gevolgen zal hebben, zijn de overheidsfinanciën. Een speciale werkgroep van de Europese Commissie heeft in 2006 geconcludeerd dat tussen 2004 en 2050 de uitgaven van de overheden in de landen van de eurozone jaarlijks 4,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) hoger zullen zijn als ze hun zorg- en pensioenstelsels niet hervormen. Alleen in Nederland, met het bruto binnenlands product in 2008 van circa 650 miljard euro, betekent dat een extra kostenpost van bijna 30 miljard euro. Voor heel eurozone komt het neer op honderden miljarden euro’s.
     
    Tien jaar geleden wisten de Europeanen al dat de vergrijzing eraan zit te komen. Toen was het nog mogelijk het aanpakken van die ontwikkeling te laten liggen. Dat achterover leunen kan niet meer; de gevolgen voor de begrotingen zullen al vanaf 2010 zichtbaar worden, stelt de Europese Centrale Bank in een deze week gepubliceerd rapport. De grootste stijging zal tussen 2020 en 2040 zijn.
    Dat was de conclusie van de speciale werkgroep van de Europese Commissie. De economen van de ECB hebben het onderzoek van die werkgroep onder de loep genomen. Zij concluderen dat de kans groot is dat de kosten aanzienlijk hoger zullen zijn. Volgens hun schatting zullen de uitgaven van de overheden 1 procentpunt hoger zijn. Ter illustratie: als we dat ‘vertalen’ naar Nederland, komt er zo’n slordige 6,5 miljard euro extra bij, boven op de eerder genoemde bijna 30 miljard.
     
      
    De economen van de ECB concluderen dat er in de eurozone slechts een land bestaat, Finland, waar overheidsfinanciën houdbaar zijn. De reden is dat Finland al jaren een groot overschot op de begroting heeft.
    Als de rest van de eurozone zijn zorg- en pensioenstelsels niet hervormt, moeten de landen ervoor zorgen dat ze op de middellange termijn, net als Finland al jaren doet, aanzienlijke overschotten realiseren op hun begrotingen. Het feit dat landen zoals Frankrijk, Italië, Portugal, Spanje, Griekenland en Ierland nu al met torenhoge tekorten kampen, belooft niet veel goeds op dat gebied.
     
    Zoals in het boek ‘Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt’, dat binnenkort zal verschijnen, uitvoerig beschreven staat, kan dat de levensvatbaarheid van de euro op de lange termijn in gevaar brengen. De ECB stelt dat de grootste kostenstijging als gevolg van vergrijzing, tussen 2020 en 2040 zichtbaar zal worden. Dat zullen waarschijnlijk ook de cruciale jaren voor de euro zijn. Het is niet uitgesloten dat in die periode de eurozone leden zal verliezen. Beleggers met een lange termijn benadering moeten daar in ieder geval rekening mee houden.




    De Slowaken, die sinds 1 januari dit jaar met de euro mogen betalen (zie onderaan deze pagina), zijn er vooral trots op dat ze eerder dan hun voormalige landgenoten de Tsjechen lid zijn geworden van de eurozone. De regering in
    Praag, aangetreden in januari 2007, staat niet echt bekend als pro-euro. Die zegt dat de Tsjechische republiek in 2013 de euro zou kunnen invoeren.

    Volgens de minister van Financiën
    Miroslav Kalousek
    is dat geen economisch maar een politiek besluit. Tsjechië houdt zich al aan de voorgeschreven voorwaarden om de euro te mogen invoeren aldus hij. Hij verwijst daarbij naar het begrotingstekort van 1,2 procent van het bruto binnenlands product. Een van de voorwaarden is dat het tekort niet hoger mag zijn dan 3 procent van het bbp.
     
    De regering in Praag zal op 1 november dit jaar een besluit nemen over de Tsjechische toetreding tot de eurozone. Tsjechië is, net als Slowakije, sinds mei 2004 lid van de Europese Unie.
     
    Veel ondernemers uit Tsjechië willen maar wat graag meedoen met de euro. De Tsjechische krona is al jaren sterk en daar lijden de exporteurs uit dat land onder. Met elke waardestijging van de krona ten opzichte van de euro, worden hun goederen duurder voor de inmiddels 330 miljoen inwoners van de eurozone.




    Op 15 januari komt het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) bijeen om te besluiten wel of niet de officiële rente verder te verlagen om zo de economische groei te proberen aan te jagen.
    Voor het eerst zullen er 22 stoelen rond de bestuurstafel ingepast moeten worden. Ivan Sramko, de gouverneur van de Slowaakse centrale bank mag nu ook mee beslissen.
     
    Economen verwachten dat de bank de officiële rente met een half procentpunt zal verlagen, van 2,5 naar 2 procent. Zij verwachten dat de bank niet anders zal kunnen, gezien de verslechterende staat van de economie van de eurozone.
     
    • Kredietverlening aan consumenten en bedrijven in de eurozone is voor het eerst sinds de invoering van de euro niet gestegen.
    • Steeds meer fabrieken sluiten noodgedwongen tijdelijk hun hallen of draaien met minder mensen. De industriële productie is gedaald in Duitsland (ergste prestatie sinds de Duitse hereniging in 1991), Frankrijk (al vierde maand op rij), Spanje, Griekenland, Slovenië en het jongste eurolid Slowakije.
    • De werkloosheid in de eurozone, in maart vorig jaar 7,2 procent, stond in november 2008 op 7,8 procent, blijkt uit de jongste cijfers. In december zijn er waarschijnlijk nog duizenden werklozen bijgekomen.
    • Verkopen in de Europese winkels laten ook een treurig beeld zien. Ze zijn in november, wederom de meest recente maand waar cijfers voor beschikbaar zijn, gedaald met 1,5 procent vergeleken met een jaar eerder.
    • Wereldkampioen export Duitsland zag de vraag uit het buitenland naar zijn goederen en diensten in november fors inzakken, zo blijkt nu. Door lage economische groei in de rest van de wereld is de Duitse export met 10,6 procent gedaald vergeleken met oktober. Het is de grootste afname sinds 1990.
    • De werkloosheid in de grootste Europese economie (en op die van de VS en Japan na ook van de wereld) is in december voor het eerst in drie jaar gestegen, meldt het Duitse bureau voor de statistiek. Er zijn nu 3,18 miljoen werklozen in Duitsland. Economen verwachten dat het aantal dit jaar nog met ergens tussen 200.000 en 400.000 zal stijgen. De Duitse economie zal dit jaar krimpen, zo veel staat vast. De vraag is alleen hoeveel. Steeds meer economen houden rekening met een krimp van zo’n 3 procent, een behoorlijke aderlating.
    • Het vertrouwen onder Europeanen bevindt zich op het laagste punt sinds 1985, blijkt uit een enquête van de Europese Commissie.
     



    Slowakije, het zestiende euroland
    De Slowaken hadden dit jaar twee redenen 31 december goed feest te vieren. Behalve 2009 hebben zij ook een nieuwe munt ingeluid. Sinds 1 januari dit jaar is de euro geldig betaalmiddel in Slowakije. Daarmee is het Midden-Europese land het zestiende land van de Europese Unie dat meedoet aan de Europese monetaire unie.

    Net als alle andere landen van de eurozone, zullen ook de Slowaakse munten een Europese en een 'nationale' kant hebben.
    Bekijk hier de Slowaakse euromunten. De starterkit, met alle Slowaakse munten in een zakje, worden aangeboden op veilingsites zoals e-bay.

    Ongetwijfeld zullen er Slowaken zijn die
    niets van de nieuwe munt moeten hebben
    ; zoiets hebben we ook in Nederland en andere landen gezien. Maar voor een land zoals Slowakije, dat nog geen 20 jaar geleden achter het IJzeren Gordijn lag, is het groene licht vanuit Brussel de euro in te mogen voeren, hét bewijs hoe ver het land is gekomen met economische ontwikkeling. Daarnaast speelt nog iets een belangrijke rol. De Slowaken zijn er trots op dat zij hun buren de Tsjechen verslagen hebben in de race naar de euro.

    Na de euforie zijn alle ogen gericht op de effecten van de euro. Die zal volgens de Slowaakse regering tot meer economische groei leiden. De bevolking zal vooral de prijzen nauwlettend in de gaten houden. Toen het voormalige Joegoslavische republiek
    Slovenië op 1 januari 2007 de euro invoerde, leidde dat tot extra inflatie. Vorig jaar waarschuwde de Europese Centrale Bank al in haar rapport over Slowakije dat het land rekening moet houden met flinke inflatie, die boven het Europese gemiddelde zal uitkomen.